Friese aanpak stikstofreductie en natuurherstel

In Fryslân is het op dit moment vrijwel niet mogelijk om nieuwe natuurvergunningen te verlenen aan boeren, bouwers en andere ondernemers. Dat komt doordat de natuur in verschillende Natura 2000-gebieden onder druk staat, onder meer door een te hoge stikstofneerslag. Zolang niet voldoende zeker is dat de natuur herstelt en niet verder achteruitgaat, blijft vergunningverlening juridisch kwetsbaar. 

Met de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel (FASN) wil de provincie de natuur herstellen en de uitstoot van stikstof structureel verminderen. Zo werken we aan de voorwaarden om vergunningverlening stap voor stap weer mogelijk te maken. 

Voorstel naar Provinciale Staten 

Gedeputeerde Staten hebben het voorstel voor de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel vastgesteld. Provinciale Staten besluiten naar verwachting op 28 oktober 2026 over de aanpak. 

De FASN is tot stand gekomen na gesprekken met onder meer landbouw- en natuurorganisaties, gebiedsinitiatieven, gemeenten, Wetterskip Fryslân, kennisinstellingen en vertegenwoordigers van de sectoren bouw, mobiliteit, industrie en energie. 

Waarom is een nieuwe aanpak nodig? 

In 2022 stelde de provincie het Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2035 (UPS) vast. Sindsdien is de juridische situatie veranderd. Uit verschillende uitspraken van de Raad van State blijkt dat stikstofruimte pas voor een nieuwe natuurvergunning mag worden gebruikt als voldoende is onderbouwd dat deze ruimte niet nodig is voor het herstel van de natuur. Dit heet het additionaliteitsvereiste. 

Daarom kijkt de provincie niet alleen naar het verminderen van de stikstofuitstoot. Per Natura 2000-gebied moet duidelijk worden welke maatregelen nodig zijn om verdere achteruitgang te voorkomen en de natuur te herstellen. Deze maatregelen moeten bovendien voldoende zeker en juridisch geborgd zijn. 

De FASN volgt het UPS uit 2022 op en verbindt stikstofreductie, natuurherstel en vergunningverlening met elkaar. 

Wat houdt de aanpak in? 

De Friese aanpak bestaat uit vier onderdelen. 

1. Natuurherstel binnen Natura 2000-gebieden 

Binnen alle twaalf Friese stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden extra maatregelen genomen om de natuur te herstellen en het natuurbeheer te verbeteren. 

Welke maatregelen nodig zijn, verschilt per gebied. De provincie kijkt daarbij niet alleen naar stikstof, maar ook naar andere oorzaken die de natuur onder druk zetten. Denk aan verdroging, versnippering, onvoldoende beheer, gewasbeschermingsmiddelen en invasieve planten- en diersoorten. 

2. Natuurherstel buiten Natura 2000-gebieden 

Sommige problemen binnen een natuurgebied kunnen alleen worden opgelost met maatregelen daarbuiten. Zo kan het nodig zijn om water langer vast te houden, verdroging tegen te gaan of verbindingen tussen natuurgebieden te verbeteren. 

Waar dat nodig is, werkt de provincie daarom ook samen met ondernemers, grondeigenaren en andere betrokkenen in de omgeving van Natura 2000-gebieden. 

3. Provinciebrede vermindering van de stikstofuitstoot 

In heel Fryslân zijn maatregelen nodig om de stikstofuitstoot te verminderen. Voor de landbouw is het doel om de ammoniakuitstoot in 2035 met 30% te verminderen ten opzichte van 2019. 

De provincie stuurt bij de landbouw op de uitstoot van bedrijven. Ondernemers kunnen hun eigen uitstoot namelijk direct beïnvloeden, maar niet bepalen waar de stikstof uiteindelijk neerkomt. Dat laatste noemen we depositie. 

Boeren krijgen zoveel mogelijk ruimte om zelf te bepalen met welke maatregelen zij hun uitstoot verminderen. Dat kan bijvoorbeeld door het veevoer aan te passen, koeien vaker te laten weiden, mest beter te benutten of andere maatregelen te nemen die bij het bedrijf passen. 

Ook andere sectoren, zoals industrie en mobiliteit, moeten bijdragen aan het verminderen van de stikstofuitstoot. Voor deze sectoren geldt een landelijke doelstelling van 50% vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx). 

4. Extra aanpak in Zuidoost-Fryslân 

Voor drie Natura 2000-gebieden in Zuidoost-Fryslân is de provinciebrede vermindering van de stikstofuitstoot niet voldoende. Het gaat om: 

  • Bakkeveense Duinen; 
  • Drents-Friese Wold en Leggelderveld; 
  • Fochteloërveen. 

Voor deze gebieden komt een aanvullende gebiedsgerichte aanpak. De provincie werkt deze aanpak samen met ondernemers, inwoners, terreinbeheerders, mede-overheden en andere betrokkenen uit. 

Welke maatregelen worden genomen en wat deze voor afzonderlijke bedrijven betekenen, staat nog niet vast. Dat wordt verder uitgewerkt in de gebiedsprocessen. Waar mogelijk sluit de provincie aan bij gebiedsprocessen die al lopen. 

Vrijwillig waar het kan, normerend als het moet 

De provincie zet tot 2035 maximaal in op vrijwillige maatregelen, doelsturing en ondersteuning. Ondernemers krijgen ruimte om maatregelen te kiezen die passen bij hun bedrijf. Daarbij kunnen subsidies, begeleiding en kennis worden ingezet. 

Met de Fryske Monitor Tûk Buorkjen wordt gevolgd welke resultaten worden behaald. Deze monitor is samen met Friese boeren en agrarische collectieven ontwikkeld. De monitor geeft deelnemende boeren inzicht in de prestaties van hun bedrijf op onder meer stikstof, water, klimaat en natuur. 

In 2030 wordt beoordeeld of Fryslân op koers ligt om de doelen voor 2035 te halen. Als de vrijwillige aanpak onvoldoende resultaat oplevert, kan vanaf 2035 een normerend instrumentarium worden ingezet. Hoe dat instrumentarium er precies uit gaat zien, wordt de komende jaren verder uitgewerkt. 

Wanneer kan vergunningverlening weer op gang komen? 

De vaststelling van de FASN betekent niet dat direct weer vergunningen kunnen worden verleend. Daarvoor moeten de maatregelen per Natura 2000-gebied eerst concreet worden uitgewerkt en juridisch worden geborgd. Ook moet voldoende zeker zijn dat de maatregelen worden uitgevoerd en het afgesproken resultaat opleveren. 

Het doel is om vergunningverlening vanaf begin 2028 weer breder mogelijk te maken. Of dat lukt, kan de provincie op dit moment nog niet garanderen. Dit is afhankelijk van de uitwerking, uitvoering en juridische borging van de maatregelen. 

De provincie onderzoekt daarnaast of onder duidelijke voorwaarden al eerder vergunningen kunnen worden verleend. Daarbij wordt onder meer gekeken naar projecten die samengaan met verduurzaming en aantoonbare stikstofreductie. Dit noemen we overgangsbeleid. Het streven is om hiermee mogelijk vanaf medio 2027 een eerste vergunning te kunnen verlenen. 

Wat gebeurt er nu al? 

De provincie wacht niet met alle maatregelen totdat het uitvoeringsprogramma klaar is. In Fryslân worden al maatregelen uitgevoerd die bijdragen aan natuurherstel en het verminderen van de stikstofuitstoot. 

Het gaat bijvoorbeeld om: 

  • extra natuurherstel; 
  • aanpassingen in de bedrijfsvoering om minder stikstof uit te stoten; 
  • het verhogen van waterpeilen; 
  • subsidies voor agroforestry en voederhagen; 
  • de ontwikkeling en toepassing van de Fryske Monitor Tûk Buorkjen. 

De resultaten van deze maatregelen tellen mee bij het bereiken van de doelen van de FASN. 

Samenwerking met gebieden en sectoren 

In de eerste helft van 2026 heeft de provincie tijdens thematafels, gebiedssessies en afzonderlijke gesprekken gesproken met sectoren, gebieden, mede-overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. 

De opgehaalde opmerkingen, signalen en verbetersuggesties zijn beoordeeld en waar mogelijk verwerkt in het voorstel. In het participatieverslag staat welke onderwerpen zijn besproken en wat met de inbreng is gedaan. 

Ook bij het maken van het uitvoeringsprogramma en de gebiedsgerichte uitwerking blijft de provincie samenwerken met betrokken partijen. 

Verhouding tot de landelijke aanpak 

Het Rijk werkt eveneens aan maatregelen voor natuurherstel, stikstofreductie en vergunningverlening. De landelijke en Friese aanpak sluiten op een aantal onderdelen op elkaar aan, bijvoorbeeld bij doelsturing, gebiedsgericht maatwerk en ondersteuning van ondernemers. 

Op andere onderdelen kiest Fryslân voor een andere uitwerking. Het Rijk gaat uit van een landelijke emissiereductie van 42 tot 46% voor de landbouw en aanvullende maatregelen in zones rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Fryslân kiest voor een provinciebrede reductie van 30% en een aanvullende gebiedsgerichte aanpak op de plaatsen waar dat volgens de provincie nodig is. 

De FASN vormt de basis voor de gesprekken van de provincie met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Zodra de landelijke maatregelen verder zijn uitgewerkt, bekijkt de provincie wat deze voor Fryslân betekenen en of de Friese aanpak moet worden aangepast. Daarbij wil de provincie voorkomen dat ondernemers onnodig te maken krijgen met verschillende of opeengestapelde regels. 

Hoe gaat het verder? 

Provinciale Staten behandelen de FASN naar verwachting op 28 oktober 2026. Na vaststelling wordt de aanpak verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Hierin komt te staan welke maatregelen worden genomen, wanneer deze worden uitgevoerd, wie daarvoor verantwoordelijk is en hoe de resultaten worden gevolgd. 

De provincie wil dit uitvoeringsprogramma in 2027 opstellen. Dit gebeurt samen met ondernemers, gebieden, gemeenten, Wetterskip Fryslân, natuurorganisaties en andere betrokken partijen.

Vragen 

Heeft u vragen over de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel? Bekijk dan de vragen en antwoorden of neem contact met ons op via stikstof@fryslan.frl of 058 - 292 59 25. 

Vragen en antwoorden over de Friese aanpak 

Heeft u na het lezen van de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel nog vragen? Hieronder vindt u antwoorden op veelgestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op via stikstof@fryslan.frl of 058 - 292 59 25. 

1. Wanneer kan de eerste vergunning weer worden verleend?

De provincie wil de vergunningverlening zo snel mogelijk weer op gang brengen. Het doel is dat vergunningverlening vanaf begin 2028 weer breder mogelijk wordt. We onderzoeken of al eerder, mogelijk vanaf medio 2027, de eerste vergunningen kunnen worden verleend. 

Of dat lukt, kunnen we nu nog niet garanderen. Daarvoor moeten maatregelen voldoende bijdragen aan natuurherstel en vermindering van de stikstofuitstoot. Ook moeten de maatregelen juridisch goed zijn geborgd. Als eerder aan deze voorwaarden wordt voldaan, wil de provincie die ruimte zo snel mogelijk gebruiken. 

2. Wat is het overgangsbeleid?

Het overgangsbeleid is bedoeld voor de periode waarin de Friese aanpak nog verder wordt uitgewerkt en uitgevoerd. De provincie onderzoekt of onder duidelijke voorwaarden al eerder vergunningen kunnen worden verleend. 

Dit kan bijvoorbeeld gaan om projecten die samengaan met verduurzaming en aantoonbare vermindering van de stikstofuitstoot. Het overgangsbeleid is tijdelijk en moet nog verder worden uitgewerkt. 

3. Wat zijn geborgde maatregelen?

Geborgde maatregelen zijn maatregelen waarvan voldoende zeker is dat ze worden uitgevoerd en het afgesproken resultaat opleveren. 

Daarvoor moet duidelijk zijn: 

  • welke maatregel wordt genomen; 
  • wanneer de maatregel wordt uitgevoerd; 
  • wat het verwachte resultaat is; 
  • hoe wordt gecontroleerd of de maatregel werkt; 
  • hoe wordt bijgestuurd als het resultaat tegenvalt. 

Deze zekerheid is nodig om de natuur te herstellen en vergunningverlening uiteindelijk weer mogelijk te maken.

4. Moet de landbouw de stikstofopgave alleen oplossen?

Nee. Ook andere sectoren, zoals industrie, bouw en verkeer, stoten stikstof uit en moeten bijdragen aan het verminderen van de uitstoot. 

Voor industrie en mobiliteit geldt een landelijke doelstelling van 50% vermindering van de uitstoot van stikstofoxiden in 2035. De provincie kijkt daarnaast per gebied of afzonderlijke bronnen veel stikstofneerslag veroorzaken op kwetsbare natuur. Dat kunnen agrarische bedrijven zijn, maar bijvoorbeeld ook industriële bedrijven of wegen.

5. Wat is een bufferzone en is dat hetzelfde als zonering?

Een bufferzone is een gebied rondom een natuurgebied dat helpt om de natuur te beschermen tegen invloeden van buitenaf. In zo’n zone kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om verdroging, vervuiling of andere verstoringen van de natuur te verminderen. 

Zonering is een bredere term. Hiermee wordt bedoeld dat in verschillende delen van een gebied andere doelen, maatregelen of regels kunnen gelden. Een bufferzone kan onderdeel zijn van zo’n zonering. 

6. Wat betekent de aanpak voor boeren bij de provinciegrens?

De provincie is in gesprek met de buurprovincies en zet zich in voor een zo gelijk mogelijk speelveld voor boeren aan beide zijden van de provinciegrens. 

Dit speelt vooral op de grens met Drenthe. Het Fochteloërveen en het Drents-Friese Wold en Leggelderveld liggen namelijk in zowel Fryslân als Drenthe. Daarom is afstemming tussen beide provincies belangrijk. 

7. Wat betekent het als mijn bedrijf in een gebied met een aanvullende opgave ligt?

U kunt worden betrokken bij een gebiedsproces, omdat in uw omgeving aanvullende opgaven voor natuurherstel of stikstofreductie liggen. 

Wat dit precies voor uw bedrijf betekent, staat nog niet vast. Dat wordt samen met ondernemers, inwoners, terreinbeheerders en andere betrokkenen in het gebied uitgewerkt. Waar mogelijk sluit de provincie aan bij gebiedsprocessen die al lopen.

8. Waar kan ik terecht als ik niet weet hoe ik verder moet met mijn bedrijf?

BoerenPerspectief Fryslân biedt boeren en tuinders kosteloze en onafhankelijke sociaal-economische begeleiding. Een coach kan u helpen om uw mogelijkheden en wensen op een rij te zetten en keuzes te maken over de toekomst van uw bedrijf. 

BoerenPerspectief biedt coaching en procesbegeleiding. Het geeft geen landbouwkundig advies over bijvoorbeeld omschakeling of extensivering. 

Meer informatie over BoerenPerspectief Fryslân
 

9. Wie heeft de doelen voor de Natura 2000-gebieden bepaald?

De doelen voor Natura 2000 komen voort uit Europese afspraken over de bescherming van planten, dieren en hun leefgebieden. Het Rijk heeft deze afspraken vertaald naar doelen voor de Nederlandse Natura 2000-gebieden. 

De provincie bepaalt deze natuurdoelen dus niet zelf. Wel is de provincie voor veel gebieden verantwoordelijk voor de uitwerking: welke maatregelen zijn nodig om de doelen te halen?

10. Vervangt de FASN het UPS en wat is de relatie met het FPLG?

Ja. De Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel is de opvolger van het Uitvoeringsprogramma Stikstof Fryslân 2035 uit 2022. Sindsdien zijn de regels en rechterlijke uitspraken over stikstof veranderd. Daarom is een nieuwe aanpak nodig, met meer aandacht voor natuurherstel en het weer mogelijk maken van vergunningverlening. 

De FASN bouwt ook voort op het Fries Programma Landelijk Gebied. Het FPLG is niet één op één overgenomen. De provincie gebruikt wel de kennis, ervaringen en werkwijzen die binnen het FPLG zijn ontwikkeld.