De provincie zet geld in voor de uitvoering van haar beleid. Dit geld is afkomstig uit onder andere het provinciefonds van het Rijk, verschillende uitkeringen, belastingen en rente over het vermogen van aandelen. 

Inkomsten

Het geld dat de provincie nodig heeft om haar taken te kunnen doen, komt voor een groot deel van het Rijk. Het Rijk stort elk jaar een deel van de belastingopbrengsten in het Provinciefonds. Het geld uit dat Provinciefonds wordt over de 12 provincies verdeeld.

Naast het geld uit het Provinciefonds krijgt de provincie ook nog 'doeluitkeringen' van het Rijk. Dit zijn uitkeringen voor specifieke doelen zoals jeugdhulpverlening, taal en cultuur, stads- en dorpsvernieuwing.

Een andere inkomstenbron van de provincie is de opcenten motorrijtuigenbelasting. Jaarlijks stellen de Staten de punten opcenten vast welke daarna geheven worden door de belastingdienst en maandelijks afgedragen worden aan de provincie.

Als derde grote inkomstenbron krijgt de provincie rente over het vermogen door de verkoop van de NUON aandelen.

Verslaglegging van uitgaven

Er moeten beslissingen worden genomen over waar het geld aan uitgegeven kan worden. Daarnaast moet ook duidelijk zijn of het ingezette geld heeft opgeleverd waar het voor bedoeld was. Dat doet de provincie via een geheel van jaarlijkse verslaglegging en plannen. In grote lijnen horen daar vier instrumenten bij.

De Jaarstukken, de 1e Bestuursrapportage en de Kaderbrief verschijnen voor de zomer, de 2e Bestuursrapportage en de Begroting na de zomer. Onder aan deze pagina staat informatie uit voorgaande jaren.

Beleidsterreinen 

De uitgaven van de provincie worden verdeeld over de beleidsterreinen waar de provincie verantwoordelijk voor is. Op veel beleidsterreinen heeft de provincie de rol van aanjager, regisseur en coördinator. De provincie bereikt haar doelen voor een groot deel door het maken van regelgeving en het verstrekken van subsidies.

Subsidies aan derden 

De grootste uitgaven worden gedaan door het verstrekken van subsidies aan derden. Een andere grote kostenpost is de uitgaven voor goederen en diensten (bijvoorbeeld voor beheer en onderhoud provinciale (vaar-)wegen). Daarnaast worden uitgaven gedaan voor de afschrijvingslasten van infrastructurele werken en voor de ambtelijke organisatie.

Langere termijneffecten 

De provinciale financiën worden voor een termijn van 10 jaar bekeken om zo de langere termijn effecten mee te nemen bij het bepalen van de financiële ruimte.

Downloads