Natuurvriendelijk isoleren

Isoleren is de eerste stap naar verduurzaming. Het verlaagt de energierekening en verhoogt het wooncomfort. Maar wist u dat door het isoleren van woningen regelmatig vogels of vleermuizen verstoord of gedood worden? Soorten die we in steden en dorpen hard nodig hebben maar nu steeds zeldzamer worden. Vanuit de Omgevingswet is het noodzaak om dit te voorkomen. 

Een rosse vleermuis klampt zich vast aan een stuk steen.
Rosse vleermuis - Johann Prescher

Veranderingen in werkwijze natuurvriendelijk isoleren 

Vanaf het najaar van 2025 is de werkwijze voor natuurvriendelijk isoleren veranderd. Dit komt door de invoering van een nieuwe landelijke methode (eDNA). Door deze methode zijn de huidige werkwijzen juridisch en ecologisch niet langer voldoende.

De provincie Fryslân heeft daarom op 7 oktober 2025 besloten te stoppen met de landelijke werkwijze Natuurvriendelijk Isoleren (NVI). Daarnaast is op 27 januari 2026 besloten om het maximale percentage dat onder een pre-Soortenmanagementplan-vergunning geïsoleerd mag worden, te verlagen. 

Nieuwe methode eDNA 

Om kwetsbare vleermuizen te beschermen, heeft het Rijk in de omgevingswet opgenomen dat bedrijven, personen en instanties, onder voorwaarden, eDNA onderzoek mogen uitvoeren bij isolatie van de spouwmuur om vast te stellen of zich hier verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Als er bij dit onderzoek geen DNA van vleermuizen wordt aangetroffen, mag de spouwmuur direct geïsoleerd worden. Als er wel DNA van vleermuizen wordt aangetroffen is aanvullend onderzoek nodig. 

Wilt u meer weten over eDNA, de voorwaarden voor toepassing en andere veelgestelde vragen? Bekijk dan onze  Q&A.

Werkwijze Natuurvriendelijk Isoleren niet meer toegestaan 

Sinds 2024 werkte de provincie met de landelijke werkwijze Natuurvriendelijk Isoleren (NVI). Bij deze werkwijze is er geen ecologisch onderzoek of vergunningentraject nodig, wanneer inwoners die willen verduurzamen een gecertificeerd isolatiebedrijf inschakelen. De voorwaarde daarbij was dat de werkzaamheden volgens de landelijke werkwijze NVI uitgevoerd worden. Het Rijk heeft inmiddels laten weten dat het niet mogelijk is om deze werkwijze te legaliseren. Om die reden heeft de provincie Fryslân besloten deze werkwijze niet meer toe te staan.  

Er zitten een aantal dwergvleermuizen tussen twee stenen in.
Gewone dwergvleermuizen - foto: Johann Prescher

Verlaging percentages isoleren onder pre-SMP

Door de erkenning van de eDNA-methode kloppen de modelberekeningen van de bestaande pre-SMPmethode niet meer. Gedeputeerde Staten op 27 januari 2026 besloten de maximale percentages woningen - die onder een pre-SMP vergunning zonder nader onderzoek mogen worden geïsoleerd - te verlagen. Dit om te voorkomen dat er meer verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetast dan waarvoor gemeenten maatregelen hebben getroffen.

Het verduurzamen van particuliere, grondgebonden woningen onder een pre‑SMP, gebeurt in twee fasen en op basis van de buurtindeling van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). In fase 1 is nog niet duidelijk waar de belangrijkste kraamverblijven van vogels en vleermuizen zitten. Daarom mag in fase 1 maximaal 5% (was hiervoor 10%) per CBS‑buurt worden geïsoleerd. In fase 2 zijn de verblijfplaatsen door gemeentebreed veldonderzoek in beeld gebracht. Dan mag aanvullend tot 20% (was hiervoor 30%) per CBS‑buurt worden geïsoleerd. Op die manier blijven voldoende mogelijke verblijfplaatsen van vogels en vleermuizen beschermd. Verdere verduurzaming kan later via een volledige SMP-vergunning plaatsvinden. 

Wat kan er op dit moment wel als het gaat om isoleren? 

Er zijn nog steeds voldoende mogelijkheden om te isoleren en te verduurzamen. Zo kan vloerisolatie gewoon doorgaan, net als binnenmuurisolatie en het plaatsen van isolatieglas. Ook spouwmuurisolatie is mogelijk zolang er geen eDNA van vleermuizen is gevonden. Een overzicht van wat er op dit moment precies mogelijk is en wat niet, vindt u in onderstaand document.  

Voor de overige isolatieactiviteiten is in sommige gevallen een uitgebreider traject nodig. Hieronder leggen we u uit welke stappen u hiervoor moet nemen en welke werkwijzen mogelijk zijn. 

Download hier Isoleren: wat kan wel, wat kan niet? 

Onderzoek

Voor het beschermen van soorten is het belangrijk om tijdens het isoleren niet onnodig dieren te doden of te verstoren en hun verblijfplaatsen niet aan te tasten. Het isoleren van gebouwen moet daarom op een natuurvriendelijke manier gebeuren. Dat betekent dat er onderzoek gedaan moet worden naar beschermde soorten die in het gebouw wonen (namelijk huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen). 
Dit hoeft niet ten koste te gaan van uw comfort of niveau van isolatie.

Door het nemen van de juiste maatregelen kunt u deze dieren tijdens het isoleren beschermen. Hierbij zijn drie dingen belangrijk:

  1. Onderzoek of er dieren aanwezig zijn in uw woning, spouwmuur en of dak(-rand).
  2. Voorkom dat er dieren worden gedood of verwond.
  3. Zorg ervoor dat aanwezige verblijfplaatsen niet verloren gaan.

Omgevingsvergunning

Als uit het onderzoek blijkt dat beschermde diersoorten aanwezig zijn, is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Uw gemeente kan hierbij helpen. De provincie is bevoegd gezag voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De FUMO houdt, in opdracht van de provincie, toezicht op de natuurbescherming.

Meer informatie over soortenbescherming en het vergunningsproces vindt u hier.  

Friese gemeenten kunnen subsidie krijgen voor het opstellen van zo’n soortenmanagementplan. Ook is er subsidie beschikbaar voor het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen voor kwetsbare soorten.  

Meer informatie over subsidie voor gemeenten 

Een huismus zit in de dakgoot van een huis.

Soortenmanagementplan – omgevingsvergunning voor de hele gemeente

De provincie en gemeenten zijn hard aan de slag om Soortenmanagementplannen (SMP) op te stellen. Met een SMP kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor de gehele gemeente worden aangevraagd. Op deze manier wordt het isoleren van woningen mogelijk gemaakt zonder dat de woningeigenaar nader ecologisch onderzoek hoeft uit te laten voeren. 

Planning

Het opstellen van een SMP duurt ongeveer twee jaar. Bekijk hier de planning voor het opstellen van een SMP en het aanvragen van een gemeentelijke omgevingsvergunning.

In de tussentijd kunnen gemeenten een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen: de pre-SMP-vergunning. Met deze vergunning kunnen gemeenten een bepaald percentage van hun woningen laten isoleren, door vooraf het verwachte verlies aan verblijfplaatsen te compenseren.

Isoleren onder het (pre-)SMP

Wilt u aan de slag met isoleren? Ga dan na bij uw gemeente of zij al in bezit zijn van een (pre)-SMP vergunning. 

Heeft uw gemeente nog geen (pre-)SMP vergunning, dan heeft u mogelijk een reguliere omgevingsvergunning nodig. Meer informatie daarover vindt u hier. Wilt u alleen spouwmuurisolatie uitvoeren, dan kunt u er ook voor kiezen om een eDNA-test uit te laten voeren. Meer informatie daarover vindt u in onze Q&A onderaan de pagina.

Heeft uw gemeente al wél een (pre-) SMP vergunning, dan kunnen zij u toestemming verlenen om de werkzaamheden onder de vergunning uit te voeren. Neem hiervoor contact op met uw gemeente. 

Aan de slag met Natuurvriendelijk Isoleren

Inwoner

Bent u inwoner van Fryslân? En wilt u energie besparen én vogels en vleermuizen beschermen?

  • Vraag uw isolatiebedrijf of zij vóór spouwmuurisolatie een eDNA-onderzoek kunnen uitvoeren.
  • Neem contact op met uw gemeente om te controleren of zij een (pre-)SMP-vergunning hebben of voorbereiden.

Gemeenten

Om de doelen voor verduurzaming en de verantwoordelijkheid voor natuurbescherming samen te brengen, kunt u als gemeente een SMP opstellen voor een gemeente-brede omgevingsvergunning. Op deze manier hoeven inwoners daarvoor zelf geen omgevingsvergunning aan te vragen. Ook is het voor isolatiebedrijven duidelijk waar ze aan toe zijn. 

  • Wij helpen u graag bij het SMP-traject. Neemt u hiervoor contact op met team groene regelgeving via wnb@fryslan.frl.
  • Er is subsidie beschikbaar voor gemeenten om een soortenmanagementplan op te stellen. Ook is er een subsidie voor het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen.
  • Heeft uw gemeente al een pre-SMP vergunning, dan kan – onder de voorwaarden van de pre-SMP vergunning – wel worden gewerkt met de NVI. 

Isolatiebedrijf

Werkt u bij een isolatiebedrijf en wilt u vogels en vleermuizen beschermen én uw klanten ontzorgen? In Fryslân kan dit momenteel op twee manieren:

  • Met de eDNA-regeling voor spouwmuurisolatie.
  • Onder een (pre)-SMP-vergunning van een gemeente. Om werkzaamheden uit te kunnen voeren onder het pre-SMP dient u in het bezit te zijn van het certificaat “natuurvriendelijk isoleren”.

De landelijke werkwijze NVI is niet meer toegestaan, omdat hiermee kwetsbare dieren onvoldoende worden beschermd.

Voor meer informatie: www.natuurvriendelijkisoleren.nl

Contact

Heeft u vragen over natuurvriendelijk isoleren of bent u geïnteresseerd in een SMP? Neem dan contact met ons op. Dat kan via wnb@fryslan.frl of telefonisch: 058- 292 59 25