Stikstofgevoelige natuurgebieden
In Friesland zijn 12 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit zijn natuurgebieden met stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden voor soorten. Een gebied is stikstofgevoelig, wanneer er habitattypen of leefgebieden voorkomen, die een grenswaarde (Kritische Depositiewaarde; KDW) hebben van minder dan 2400 mol/hectare/jaar. 2400 mol is ca. 30 kilogram stikstof. Wanneer een KDW van een habitattype wordt overschreden, dan is de kans groot dat de natuurkwaliteit achteruit gaat door verrijking en verzuring met die stikstof. Dat is in veel van de 12 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in meer of mindere mate het geval.

De Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel is er opgericht om de vergunningverlening weer los te trekken. Daar is het stoppen van verslechtering en herstellen van de opgetreden verslechtering in deze gebieden voor nodig.
In 2023 zijn voor de 12 Natura 2000-gebieden Natuurdoelanalyses (NDA’s) opgesteld. Hierin staat beschreven in hoeverre de natuurdoelen gehaald worden. Deze documenten staan onderaan deze pagina vermeld en zijn hieronder te downloaden. De natuurdoelanalyses voor het Drents-Friese Wold & Leggelderveld en het Fochteloërveen zijn te vinden op de website van provincie Drenthe.
Naast het oordeel over het al dan niet behalen van de doelstellingen, zijn in de NDA’s ook de drukfactoren benoemd die het behalen van de doelstellingen bemoeilijken. De meest voorkomende drukfactoren zijn de stikstofdepositie, verdroging, versnipperingen en invasieve exoten. Dit vraagt om extra maatregelen.
Voor het benodigde extra natuurbeheer en – herstel in deze Natura 2000-gebieden en het verlagen van de drukfactoren, is dus de Friese Aanpak Stikstofreductie en Natuurherstel opgesteld. Dit is onlangs in het college van GS vastgesteld en wordt op 15 april aan Provinciale Staten voor een eerste lezing voorgelegd.
De Friese Aanpak moet op den duur het vigerende beleid, het Friese Uitvoeringsprogramma Stikstof (UPS), vervangen. De Friese aanpak kent 4 sporen, gericht op de reductie van stikstofemissies en extra maatregelen in en rondom de Natura 2000-gebieden.
Binnen de Natura 2000-gebieden wordt ingezet op een intensivering van het beheer en waar mogelijk natuurherstel, om de kwaliteit van de natuur te behouden en te herstellen. Daarnaast is door de NDA’s duidelijk geworden dat niet alleen de stikstof een drukfactor is, ook verdroging, versnippering en invasieve exoten zijn drukfactoren, die bepalend zijn voor de natuurkwaliteit in de gebieden. Deze drukfactoren moeten veelal in de omgeving rondom de natuurgebieden aangepakt worden.
In de Friese Aanpak wordt naast de extra maatregelen in de gebieden ook een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) voorgesteld rondom de Natura 2000-gebieden, om bijvoorbeeld de verdroging of versnippering te verminderen.
De uitwerking naar concrete natuurherstelmaatregelen in en buiten de Natura 2000-gebieden moet nog plaatsvinden. Dit zal gebeuren in het nog op te stellen Uitvoeringsprogramma Stikstofreductie en Natuurherstel. Hiervoor zal ook extra budget van het Rijk nodig zijn.