Provincie wil met eigen aanpak Fryslân van het stikstofslot halen
Het college van Gedeputeerde Staten Fryslân heeft dinsdag de Friese Aanpak Stikstofreductie & Natuurherstel (FASN) vastgesteld. Hiermee doet het college een passend en uitvoerbaar voorstel om Fryslân zo snel mogelijk weer van het slot te krijgen. Provinciale Staten hebben in mei wensen en bedenkingen meegegeven aan de startnotitie die aan de basis ligt van deze aanpak. Daarnaast is overleg geweest met de landbouwsector, natuurorganisaties, gebiedsinitiatieven, mede-overheden en vertegenwoordigers vanuit onder meer de sectoren bouw, transport en energie. Het resultaat is een beleidskader voor een praktisch uitvoerbare aanpak, juridisch houdbaar en passend bij de Friese situatie en gebieden.
Het belangrijkste doel is om de verlening van natuurvergunningen weer breed en structureel op gang te brengen zodat er in Fryslân weer ruimte komt voor woningbouw, infrastructuur, landbouw en energieprojecten. Daarbij is natuurherstel een cruciale voorwaarde. De Friese aanpak ligt op 28 oktober voor ter besluitvorming aan Provinciale Staten.
Landbouwprovincie
Voor Fryslân als landbouwprovincie is het loskrijgen van de vergunningverlening het belangrijkste doel. Gedeputeerde Abel Kooistra: “Voor Fryslân als landbouwprovincie is het cruciaal dat er weer perspectief komt voor onze boeren en de vergunningverlening van het slot gaat. We kiezen voor een Friese aanpak: samen met de sector, op basis van vrijwilligheid, doelsturing en ruimte voor ondernemerschap. Boeren weten vaak zelf het beste wat bij hun bedrijf past. Door daarop te vertrouwen, innovaties te benutten en resultaten goed te monitoren, werken we aan stikstofreductie én een sterke landbouwsector”.
Natuurherstel als doel en voorwaarde
Met de Friese aanpak wil het college voldoende natuurherstel realiseren om vergunningverlening weer mogelijk te maken, binnen de sociaaleconomische draagkracht van Fryslân. Gedeputeerde Matthijs de Vries: “Sterke natuur en ruimte voor ontwikkeling gaan hand in hand. Met deze Friese aanpak pakken we natuurherstel gericht aan, gebied voor gebied. Zo werken we toe naar een situatie waarin we vergunningverlening weer verantwoord op gang kunnen brengen en Fryslân weer ruimte krijgt om te bouwen en te ontwikkelen”.
Fryslân kijkt niet alleen naar het verminderen van stikstof, maar ook naar andere factoren die de natuur beïnvloeden. Denk aan verdroging, versnippering van natuurgebieden, onvoldoende beheer, gewasbeschermingsmiddelen en plant- en diersoorten die van nature niet in Fryslân voorkomen (exoten) en schadelijk kunnen zijn.
Gebiedsgericht maatwerk en vrijwilligheid
Belangrijke uitgangspunten in de Friese aanpak zijn doelsturing, gebiedsgericht maatwerk en vrijwilligheid. Ondernemers kunnen zelf bepalen met welke maatregelen zij de vermindering van stikstofuitstoot realiseren. Deze vrijwillige aanpak geldt tot 2035, waarbij er in 2030 een evaluatiemoment is om te beoordelen of de ingezette aanpak genoeg effect heeft. Om te volgen of de doelen worden gehaald, werkt de provincie onder andere aan de Fryske Monitor Tûk Buorkjen. Dit instrument wordt samen met een groot aantal Friese boeren ontwikkeld.
De Friese aanpak werkt langs vier sporen:
- Extra natuur(herstel)maatregelen in alle (12) stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
- Gebiedsgerichte natuurherstelmaatregelen buiten de Natura 2000-gebieden.
Denk aan hydrologische maatregelen om verdroging aan te pakken. Op de Waddeneilanden ligt de situatie anders omdat stikstof hier een minder grote factor is. - Een algemene, provinciebrede stikstofreductie van 30% (in 2035 t.o.v. 2019), met uitzondering van de Waddeneilanden. Dit percentage is voor de meeste ondernemers haalbaar door aanpassingen in de bedrijfsvoering, zonder grote investeringen te hoeven doen. Op deze manier draagt ieder een steentje bij.
- Voor de drie meest belaste gebieden in Zuidoost-Fryslân (Bakkeveense Duinen, Fochteloërveen en Drents-Friese Wold) zet het college in op gebiedsgerichte zonering met aanvullende doelen en maatregelen. De keuze voor deze 3 gebieden is gebaseerd op de meest recente ecologische kennis en is voldoende voor de Friese opgave.
Eerder perspectief
Een belangrijk onderdeel van de Friese aanpak is het overgangsbeleid. Hiermee wil het college de vergunningverlening onder voorwaarden eerder mogelijk maken voor projecten die bijdragen aan verduurzaming en structurele stikstofreductie. Fryslân werkt daarom, vooruitlopend op het volledig geborgde maatregelpakket, aan juridisch houdbaar overgangsbeleid. Daarbij zoekt het college nadrukkelijk naar de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. De inzet is om de vergunningverlening zo snel mogelijk weer op gang te brengen en tegelijkertijd voldoende juridische zekerheid te bieden aan initiatiefnemers. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat vergunningen die op basis van het overgangsbeleid worden verleend, ook bij de rechter standhouden. Zo wil het college perspectief bieden voor noodzakelijke ontwikkelingen en tegelijkertijd de juridische houdbaarheid van de vergunningverlening zo goed mogelijk borgen. De inzet is helder: snel waar het kan, zorgvuldig waar het moet.
FASN en Rijksbeleid
Met de FASN kiest Fryslân voor een aanpak die aansluit bij de Friese situatie en wensen.
De uitgangspunten in de Friese aanpak zijn de basis voor de gesprekken met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), die inmiddels zijn opgestart, dit n.a.v. de Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’ van 26 juni jl. Rijk en provincie delen de urgentie voor het doorbreken van het stikstofslot. Het college ziet in de Kamerbrief belangrijke punten die aansluiten bij de Friese aanpak, zoals de koppeling tussen natuurherstel en vergunningverlening, doelsturing, gebiedsgericht maatwerk en ondersteunende maatregelen en subsidies. Op andere punten is het college kritisch. Het gaat dan onder meer om de voorgestelde vermindering van 42-46% stikstofuitstoot (landelijk), het aantal gebieden waar extra regels zouden gaan gelden (Fryslân kiest voor drie gebieden met zonering) en de regels die het Rijk wil stellen, zoals de grondgebondenheidsnorm en de bedrijfsspecifieke emissienorm, gekoppeld aan het fosfaatrecht. Daar waar de Friese aanpak inzet op vrijwilligheid tot 2035, gaat het Rijk uit van een sneller en dwingender pad. Dit zijn de onderwerpen van gesprek met het ministerie.