Overzicht resultaten KlimOp

Gebaseerd op een enquête uit februari 2026 wordt hieronder weergegeven welke maatregelen al zijn uitgevoerd, welke stappen nog worden overwogen en waar organisaties in de praktijk tegenaan lopen.

De resultaten laten zien dat veel organisaties al stappen hebben gezet. De nadruk ligt vooral op maatregelen die relatief snel uitvoerbaar zijn, zoals LED-verlichting, zonnepanelen, isolerende beglazing en kierdichting. Tegelijk blijft de stap naar grotere systeemkeuzes, zoals warmtepompen en opslag, voor veel organisaties nog lastig. Uit de open antwoorden blijkt bovendien dat veel gebouwen slechts op specifieke momenten worden gebruikt, waardoor juist beheer, sturing en timing van installaties veel verschil kunnen maken.

1. Dit gebeurt al in de praktijk

De respons komt vooral uit religieuze gebouwen (63,3%), gevolgd door ontmoetingsplekken zoals dorpshuizen en MFA’s (20,4%) en zorgaanbieders (14,3%). Daarnaast was er één respondent uit een andere gebruikscategorie. Deze gebouwen hebben vaak wisselend gebruik, beperkte menskracht en soms monumentale of bouwkundige beperkingen. Dat is terug te zien in de keuzes die worden gemaakt. De geografische spreiding over meer dan 45 plaatsen laat tegelijk zien dat deze uitkomsten niet alleen voor één type dorp of organisatie relevant zijn.

Meest uitgevoerd

  • LED-verlichting — 73,5%
  • Zonnepanelen — 42,9%
  • Isolerende beglazing — 40,8%
  • Kierdichting — 40,8%
  • Dakisolatie — 38,8%

Ook veel toegepast

  • Cv-systeem optimaliseren — 36,7%
  • Leidingisolatie — 36,7%
  • Ventilatiesysteem optimaliseren — 32,7%
  • Spouwmuurisolatie of voorzetwanden — 30,6%
  • Radiatorfolie — 26,5%
  • Gemiddeld ruim 5 uitgevoerde maatregelen per respondent
  • Mediaan: 4 maatregelen per respondent

2. Wat organisaties nog overwegen

Voor de komende drie jaar kijken organisaties opnieuw vooral naar bekende en overzichtelijke maatregelen. Dat geldt voor LED-verlichting, zonnepanelen, kierdichting en dakisolatie. Ook laadpalen en accu-opslag worden genoemd, al zijn die nog maar beperkt uitgevoerd. Opvallend is dat sommige grotere systeemkeuzes niet direct worden afgewezen, maar eerder worden doorgeschoven naar een langere termijn. Vooral accu-opslag en hybride warmtepompen worden vaker genoemd als iets voor later dan als iets voor de komende drie jaar.

Binnen 3 jaar het vaakst overwogen

  • LED-verlichting — 10,2%
  • Zonnepanelen — 8,2%
  • Kierdichting — 8,2%
  • Laadpaal — 8,2%
  • Dakisolatie — 6,1%
  • Accu-opslag — 6,1%
  • Ook zichtbaar: isolerende beglazing, ventilatie-optimalisatie en radiatorfolie — elk 6,1%

Maatregelen die vaak niet gepland worden

  • Zonneboiler of warmtepompboiler — 65,3%
  • Infraroodpanelen — 59,2%
  • Airconditioning — 59,2%
  • Hybride warmtepomp — 57,1%
  • All-electric warmtepomp — 57,1%
  • Tegelijk schuiven sommige organisaties accu-opslag (14,3%) en hybride warmtepompen (10,2%) door naar een horizon van 10 jaar.

3. Grotere systeemstappen blijven vaak lastig

De enquête laat zien dat veel organisaties vooral investeren in maatregelen met een duidelijk en voorspelbaar effect. Grotere systeemkeuzes vragen vaak meer voorbereiding, financiering en technische geschiktheid van het gebouw. Daarmee is verduurzaming in de praktijk niet alleen een financiële puzzel, maar ook een organisatorische en gebouwspecifieke opgave. In de open antwoorden worden met name monumentale panden, beperkte gebruiksuren, onzekerheid over toekomstig gebruik en een tekort aan tijd of specialistische kennis als terugkerende obstakels genoemd.

Wat de stap bemoeilijkt

  • Hoge kosten en afhankelijkheid van subsidies
  • Technische of bouwkundige beperkingen
  • Onzekerheid over toekomstig gebruik of eigendom
  • Monumentale status, vergunningen of andere voorwaarden
  • Beperkte tijd, kennis of uitvoeringskracht

Wat tegelijk opvalt

  • Veel organisaties hebben al meerdere maatregelen uitgevoerd
  • Beheer en optimalisatie krijgen duidelijk meer aandacht
  • De voorkeur ligt bij haalbare stappen met snelle opbrengst
  • Niet elke organisatie zit nog in de startfase
  • Sommige respondenten geven aan dat zij voor nu al veel hebben gedaan of zichzelf grotendeels ‘klaar’ vinden.

4. Inzicht in energieverbruik

Veel organisaties hebben al enig inzicht in hun energieverbruik. Dat gebeurt vooral achteraf via de jaarafrekening of via de online omgeving van de energieleverancier. Realtime monitoring en actief energiemanagement worden nog beperkt gebruikt, terwijl juist daar kansen liggen voor gebouwen met piekmomenten en veel uren zonder gebruik. Slechts één respondent geeft aan helemaal geen inzicht te hebben in het verbruik.

Hoe organisaties nu inzicht krijgen

  • Via de jaarafrekening — 73,5%
  • Via de online omgeving van de energieleverancier — 63,3%
  • Via een P1-dongle — 18,4%
  • Via een slimmemeterportal — 12,2%
  • Geen inzicht — 2,0%

Waar nog kansen liggen

  • Sneller pieken en afwijkingen signaleren
  • Verwarming beter afstemmen op gebruiksmomenten
  • Installaties tijdgestuurd inzetten
  • Alleen gebruikte ruimtes conditioneren
  • Meer sturen op beheer in plaats van alleen op investeringen
  • Juist bij gebouwen met wisselend gebruik kan deze stap veel extra rendement opleveren.

5. Gedrag en beheer maken zichtbaar verschil

Niet alleen techniek telt. Ook gedrag en dagelijks beheer blijken belangrijke knoppen om aan te draaien. 73,5% van de respondenten geeft aan dat zij bewuster dan vroeger omgaan met energie, terwijl 26,5% zegt dat zij daar eigenlijk altijd al bewust mee bezig waren. In de open antwoorden worden vooral slimmer stoken, gerichter verwarmen en installaties alleen aanzetten wanneer dat nodig is genoemd. Een terugkerend voorbeeld is het verlagen van de basistemperatuur buiten gebruiksmomenten en het verwarmen van alleen de ruimtes die echt nodig zijn.

Veelgenoemde gedragsmaatregelen

  • Thermostaat lager en alleen aan bij activiteiten
  • Verwarming strakker op tijdschema instellen
  • Alleen gebruikte ruimtes verwarmen
  • Deuren sluiten en tocht beperken
  • Installaties en apparaten alleen inschakelen wanneer nodig
  • Slimmer programmeren en op afstand regelen van thermostaten

Waarom dit goed past bij maatschappelijk vastgoed

  • Gebouwen worden vaak niet de hele dag gebruikt
  • Maatregelen zijn snel toepasbaar
  • Besparing is vaak direct merkbaar
  • Het helpt om eerst grip op het gebruik te krijgen
  • Het kan een opstap zijn naar grotere investeringen

6. Subsidies helpen, maar lossen niet alles op

Ongeveer de helft van de respondenten heeft subsidie aangevraagd: 51,0% wel en 49,0% niet. Subsidies zijn vooral aangevraagd voor isolatie en gebouwschil, verwarming en installaties, zonnepanelen en in mindere mate voor ventilatie en verlichting. Tegelijk blijkt uit de reacties dat subsidie niet altijd voldoende is om investeringen haalbaar te maken. Respondenten noemen zowel toegekende als nog lopende aanvragen, maar ook situaties waarin maatregelen al waren uitgevoerd voordat een regeling beschikbaar kwam of waarin organisaties niet in aanmerking kwamen.

Lees meer verhalen uit de praktijk

Benieuwd hoe andere organisaties hun gebouw verduurzamen? Lees ook de andere verhalen uit de praktijk en ontdek welke stappen in verschillende situaties al zijn gezet.

7. Kern van de uitkomsten

  • De uitvoering ligt vooral bij LED, zonnepanelen, isolatie, kierdichting en installatie-optimalisatie.
  • Veel respondenten hebben al meerdere maatregelen genomen; gemiddeld gaat het om iets meer dan vijf uitgevoerde maatregelen per respondent.
  • Grote systeemstappen zoals warmtepompen en opslag worden vaak nog niet gepland.
  • Energie-inzicht is meestal achteraf beschikbaar, terwijl er juist kansen liggen in realtime sturing en beheer.
  • Gedrag en slim gebruik vormen een belangrijke hefboom voor besparing.
  • Belemmeringen zitten in financiën én in uitvoerbaarheid: techniek, organisatie, toekomstig gebruik en regelgeving.