Hoe staat het met de vogelrustgebieden in de Friese Meren?
In de winter komen duizenden watervogels naar Fryslân. Ze vliegen hier naar toe vanuit Scandinavië of nog verder. De Friese meren zijn voor hen een veilige plek om te overwinteren en op krachten te komen. Daarom heeft provincie Fryslân vogelrustgebieden aangewezen. Dat zijn zones op het water waar watervogels in de winter zo min mogelijk verstoord mogen worden.

Rogier Verbeek is ecoloog bij Waardenburg Ecology. Hij onderzoekt hoe het met de vogelrustgebieden gaat. De provincie laat dit onderzoek uitvoeren omdat de rustgebieden al ruim tien jaar bestaan. Hoogste tijd dus om te kijken of de vogelrustgebieden goed werken en wat wellicht beter kan.
Rust is van levensbelang
De vogelrustgebieden liggen langs de oevers van de Friese meren. Je herkent ze aan geelblauwe boeien en borden met de tekst ‘Ik rust!’. Tussen 1 oktober en 1 april geldt de erecode: blijf buiten deze zones, ook als je geen vogels ziet.
“Verschillende beschermde vogelsoorten overwinteren hier in grote groepen”, zegt Rogier. “Ze hebben die rust nodig om aan te sterken en vet op te bouwen. Dat is hun brandstof voor de trek terug naar de broedgebieden.”
Wat voor mensen onschuldig lijkt, kan voor vogels grote gevolgen hebben. Vogels reageren vaak al voordat wij ze zien. Ze worden alert, stoppen met eten en kunnen opvliegen. Dat kost veel energie. “Zelfs wanneer je geen vogels ziet, is het belangrijk om de rustgebieden niet in te varen”, legt Rogier uit. “Te veel verstoring kan ervoor zorgen dat vogels die plek gaan mijden.”
Meerdere vormen van verstoring
Bij verstoring denken mensen vaak aan motorboten. Maar het onderzoek kijkt breder naar wat er gebeurt in en rond de rustgebieden. “We brengen in kaart welke activiteiten er plaatsvinden”, vertelt Rogier. “Denk aan beroepsvaart, jacht en populatiebeheer. Maar ook kano’s, wandelaars en vissers kunnen voor verstoring zorgen.”
Soms is er ook natuurlijke verstoring, bijvoorbeeld door een roofvogel. “Dat hoort erbij,” zegt Rogier. “Maar als daar ook menselijke verstoring bij komt, stapelt het effect zich op.” Hoe groot het effect is, verschilt per plek. Bij locaties als de Alde Karre, ten zuidoosten van Koudum, hebben vogels weinig ruimte om uit te wijken. “Als ze daar schrikken, kunnen ze niet even ergens anders neerstrijken,” zegt Rogier. “Ze moeten verder wegvliegen en dat kost energie.”
Waarom nu evalueren?
De vogelrustgebieden horen bij Natura 2000-gebieden. Voor deze natuurgebieden zijn doelen afgesproken voor overwinterende vogels. Maar die doelen worden niet altijd gehaald. Daarom onderzoekt Waardenburg Ecology niet alleen waar vogels zitten, maar ook wanneer en hoe mensen het water gebruiken. “In oktober en maart, bij mooi weer, zien we meer recreatie. Dat zijn juist de kwetsbare momenten voor vogels,” zegt Rogier.
Naast dit onderzoek kijkt de provincie ook naar andere oorzaken. Zo loopt er een ander onderzoek naar de draagkracht en voedsel in het merengebied. Watervogels eten hier bijvoorbeeld waterplanten en vis. Als er te weinig voedsel is, kunnen er minder vogels blijven.
De provincie wil met deze onderzoeken beter begrijpen wat er speelt en wat er nodig is. We praten hierover met belangenorganisaties uit natuur, recreatie en sportvisserij. Welke vervolgstappen nodig zijn, wordt later in 2026 duidelijk.
Wat jij nu kunt doen
Zie je een boei of bord met ‘Ik rust!’? Blijf dan uit het gebied en houd afstand, ook met stille vaartuigen. “Mensen kunnen echt bijdragen door weg te blijven,” zegt Rogier. “In de zomer is er volop ruimte voor recreatie. Maar in de winter zijn deze plekken vooral voor de vogels.”
