Een werkbezoek aan Ameland: hoe de provincie werkt aan minder stikstof
Op een regenachtige zomerochtend stappen zo’n twintig collega’s van team Groene Regelgeving van de provincie Fryslân aan boord van de veerboot naar Ameland. In de groep zitten juristen, ecologen, vergunningverleners en beleidsmedewerkers. Ze zijn onderweg naar een werkbezoek in de duinen. Gabriël Vriens, senior medewerker, neemt zijn collega’s mee om hen met eigen ogen te laten zien hoe de duinnatuur werkt, welke invloed stikstof daar heeft en welke maatregelen al helpen om de natuur te herstellen. Ik ging in gesprek met Gabriël en zijn collega Haiko de Jong over stikstof en hun werkbezoek.
Een onzichtbaar probleem met grote gevolgen
Gabriël legt uit dat te veel stikstof een groot probleem vormt voor de natuur. Het maakt de bodem rijker en zuurder. Planten die juist op arme grond thuishoren, zoals heide en duinviooltjes, verdwijnen dan. Op die plekken komen bijvoorbeeld grassen, brandnetels en bramen terug. Zo verandert de natuur langzaam in een gebied met veel minder soorten. Ook dieren merken de gevolgen. Gabriël vertelt over de Veluwe waar jonge koolmeesjes soms bijna niet uit hun nestkast komen omdat insecten die ze eten te weinig kalk bevatten door de verzuurde bodem. “Dat is écht verdrietig,” zegt hij. “Het laat zien hoe ernstig de gevolgen van stikstof kunnen zijn. Gelukkig is het niet overal zo, maar zulke voorbeelden zijn er wel. En dat is niet goed.”
Volgens Haiko maakt vooral de complexiteit van het dossier het werk lastig. Het stikstofprobleem is al tientallen jaren bekend en raakt veel groepen, van natuurbeheerders tot boeren en bouwers. “Veel regels en rechterlijke uitspraken zorgen ervoor dat er soms weinig kan,” legt hij uit. “Dat is lastig voor ons, maar vooral voor ondernemers die gewoon vooruit willen. Daarom denken wij altijd graag mee over wat wél kan. Samen zoeken we dan naar oplossingen die passen bij de natuur én bij de plannen van mensen.”
De rol van de provincie
De provincie Fryslân werkt samen met onder andere Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, gemeenten en boeren aan natuurherstel. Ze financiert het beheer, verzamelt data, houdt vergunningen bij en stelt plannen op om de uitstoot van stikstof te verminderen. Gabriël en Haiko benadrukken dat het belangrijk is om steeds te bekijken hoe natuurherstel en menselijke activiteiten hand in hand kunnen gaan.
De duinen in: de praktijk achter de cijfers
Wanneer de groep op Ameland aankomt, stappen ze op de fiets. Gabriël neemt zijn collega’s mee het veld in om te laten zien welke effecten stikstof heeft op de duinen en hoe het natuurherstel in de praktijk wordt aangepakt. “Op papier zie je veel cijfers en berekeningen,” zegt hij. “Maar pas hier in het veld zie je wat het écht betekent.”
Een van de voorbeelden is een ‘kerf’ in de eerste duinenrij. Door deze opening kan kalkrijk zand het gebied inwaaien en zo de verzuring van de bodem tegengaan. Planten zoals het duinviooltje krijgen op die manier weer de kans om te bloeien. Gabriël, die al twintig jaar aan projecten op de Waddeneilanden werkt legt zijn collega’s uit hoe dit proces bijdraagt aan het herstel van de natuurlijke balans in de duinen.

Haiko is onder de indruk van het verschil tussen kaarten van tien jaar geleden en de huidige situatie. “Je ziet hoe de zeestromen zand naar de oostkant van het eiland brengen en hoe daar nieuwe natuur ontstaat,” zegt hij. “Het eiland verandert constant: de westkant slijt af, de oostkant groeit weer aan. Dat is bijzonder om te zien.”
Later die dag stopt de groep bij het fietspad bij Ballum. Dit pad lag vroeger dicht tegen de duinen aan en stond vaak onder water. Het is daarom verlegd en vervangen door een betonpad dat verder landinwaarts ligt. Hierdoor kan het zand weer vrij stuiven, wat goed is voor de natuur, zonder dat fietsers er last van hebben. In het gebied lopen runderen die helpen om de duinen open te houden. “Het is een prachtige combinatie van veiligheid, beheer en natuurherstel,” vertelt Haiko.
Wat het bezoek opleverde
Aan het einde van de dag zitten de collega’s bij elkaar voor een korte evaluatie. Het zien van de praktijk zorgt voor meer kennis en begrip zodat er in het Provinciehuis betere afwegingen kunnen worden gemaakt. “Je begrijpt pas echt waarom bepaalde maatregelen nodig zijn als je hier rondloopt,” zegt Gabriël. Ook de samenwerking binnen het team wordt versterkt. “Je leert elkaar goed kennen en je begrijpt beter waar iedereen mee bezig is. Enorm waardevol,” vult Haiko aan.
Vooruitkijken: wat is er nodig voor Ameland?
Op Ameland is al veel bereikt: de stikstofdruk is hier lager dan in andere delen van Nederland en er zijn al veel herstelmaatregelen uitgevoerd. Toch ligt er nog stikstof in de bodem die moet worden opgeruimd. Dat betekent dat er de komende jaren nog veel beheer nodig is, zoals maaien, plaggen en begrazing. Ook blijft het belangrijk om de uitstoot van stikstof verder terug te brengen.
Samenwerken aan een gezonde toekomst
Inwoners en ondernemers merken soms weinig van wat er achter de schermen gebeurt, maar de provincie heeft veel invloed. Ze overlegt met natuurbeheerders, denkt mee met gemeenten over bouwplannen en ondersteunt boeren bij veranderingen of uitbreidingen. “Het draait om samenwerking,” zegt Haiko. “We willen dat de natuur verbetert én dat er ruimte blijft voor plannen van mensen.” Gabriël kijkt trots terug op de afgelopen jaren: “Er is op de eilanden al veel bereikt en het is goed dat er nog extra middelen komen voor nog meer natuurherstel.” Beide collega’s zijn tevreden over het werkbezoek.
“Het is waardevol om in het gebied te staan en te zien wat er speelt,” zegt Gabriël. “Het geeft vertrouwen in de stappen die we zetten.” Haiko vult aan: “Zo’n bezoek maakt duidelijk waar we het voor doen: voor de eilanden, voor de natuur én voor Fryslân.
