Van tochtige pastorie naar duurzame toekomst
Dat zal er knus uit hebben gezien: een volledig gezin dat in de warme zomernachten niet binnen in het huis sliep, maar er omheen, in fleurige, met haringen verankerde tentjes in de tuin. En toch was de oorzaak van dit kamperen op eigen erf nog best vervelend: in die prachtige pastoriewoning in Oosthem was het 's nachts namelijk niet vol te houden van de hitte en de benauwdheid. En dus stuurden de ouders de kinderen maar met tentjes de tuin in. Andere keren zocht het gezin 's nachts noodgedwongen de koelere kelder maar op.

En dat was dan nog de gezellige kant van een slecht geïsoleerd huis. Want in de winter, wanneer het vroor dat het een aard had, kregen de domineesgezinnen - van oudsher de vaste bewoners van de pastoriewoning - het maar niet warm gestookt. Je stookte je er, zoals Kerst Kornelis zegt, de kerkrentmeester van de Johanneskerk, "lam aan gas", want de hitte verliet het huis even snel als het er in was gepompt.
En dus was het tijd voor een verbouwing. En een grondige ook. Want met een paar lapjes glaswol was je er niet. Na wat "lapwerk", aldus Kornelis, een kwart eeuw terug moest er nu flink doorgepakt worden: zo moest er grondig worden geïsoleerd en wilden de eigenaren van de woning, te weten het college van kerkmeesters van de enkele meters verderop gelegen Johanneskerk, ook dat de woning niet langer met gas, maar met een warmtepomp verwarmd zou worden.
Al snel bleek echter dat het fundament van de woning daarvoor eerst grondig moest worden aangepakt. De fundering van de woning was aan het verzakken en zou een renovatie van deze schaal niet kunnen verdragen. Met behulp van het in Sneek gevestigde bouw-adviesbureau Allcad werd er een ingenieus, maar rigoureus plan bedacht om de verbouwing door te kunnen laten gaan.
Trots - en misschien ook nog steeds wel een beetje onder de indruk - wijst Kornelis in de koffieruimte van de Johanneskerk op de bouwtekeningen die aan de basis stonden van de verbouwing. In en rondom de inmiddels verbouwde pastoriewoning zijn de maatregelen grotendeels aan het oog onttrokken, maar op de tekeningen kun je nog goed zien waartoe werd besloten: om de anderhalve meter zijn er onder de woning achtenhalf meter lange palen in de grond gedreven om de woning opnieuw te funderen.
De grond onder de woning is weliswaar een stevige terplaag, maar die is betrekkelijk dun; na het stevige materiaal kom je al heel snel in het veel slappere veen terecht, waardoor er, zoals in dit geval, verzakkingen kunnen plaatsvinden. De techniek die aan de verbouwing voorafging heet sonderen, en hierbij bepaalt men met een bodemonderzoek waar de stevige zandlaag begint waar de heipalen op moeten staan. Na dit sonderen werd besloten om palen diep in de grond te heien om verzakkingen in de toekomst te voorkomen.

En dat was nodig. Eigenlijk alleen al om de oude woning te kunnen stutten, maar nu helemaal, omdat men de oude houten vloeren wilde vervangen door beton - materiaal dat stukken zwaarder is. Er was echter nog een probleem: omdat de woning monumentale waarde heeft mochten er in de met estrikken belegde kelder geen palen de grond in. En dus moest er om die kelder heen geheid worden, waardoor nu een deel van de palen buiten het pand om de grond in zijn gewerkt.
Om de muren, vloer en heipalen onlosmakelijk met elkaar te verbinden is het betonijzeren vlechtwerk van de vloer met een speciale constructie verbonden met de betonconstructie waarop de muren staan. Het geheel wordt gedragen door de heipalen.
Wie nu door de woning loopt heeft meteen door dat er ontzettend veel veranderd is: er draait een warmtepomp, er zit vloerverwarming in en op de eerste verdieping, waar zich tijdens de Tweede Wereldoorlog nog onderduikers verscholen hielden en waar zich nu de slaapkamers bevinden, is het dak van binnenuit geïsoleerd en zit er nieuw isolerend glas in de ramen.

De warmtepomp draait goeddeels op zestien op het dak geplaatste zonnepanelen. Binnen hebben ze zo ongeveer alles er eerst voorzichtig uit moeten halen om het er later, na de isolatieronde, weer in te zetten. Monnikenwerk, omdat de afscheidingen tussen de verschillende kamers niet uit gewone muren bestonden, maar uit kastjes en bergruimtes vol authentieke elementen. Die moesten eerst allemaal heel voorzichtig uitgehaald worden, waarna er geïsoleerd kon worden en die elementen er vervolgens weer ingezet moesten worden.

Al met al een kostbaar gebeuren. De financiering is rondgebreid dankzij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed met een SIM-subsidie, de provincie via Klim-Op-ondersteuning, de via een nieuw opgerichte stichting 'Behoud pastorie Oosthem' binnengehaalde donaties en bijdragen en eigen geld. Het doel: een toekomstbestendige, duurzame, energiezuinige pastorie is hiermee ruimschoots bereikt.