Er komt een uitgebreid onderzoek naar de Lelylijn, de rechtstreekse spoorverbinding tussen Leeuwarden/Groningen en de Randstad. Dit is een van de afspraken die het Rijk en Noordelijke overheden vorige week met elkaar hebben gemaakt.

Bij dit MIRT-onderzoek worden alle denkbare varianten voor de Lelylijn in kaart gebracht en beoordeeld. Voor dit onderzoek en de nieuw op te richten projectorganisatie is acht miljoen euro uitgetrokken. Rijk en regio betalen allebei de helft van die kosten. “Dit is een belangrijke stap richting de realisatie van de Lelylijn”, zegt gedeputeerde Avine Fokkens-Kelder. “We zijn blij dat zowel Rijk als regio hiermee onderkennen hoe belangrijk ze het vinden de Lelylijn er snel komt.”

Naast het onderzoek zijn ook andere afspraken gemaakt op het gebied van infrastructuur. De hoofdpunten voor Fryslân:

  • De veerdiensten naar de Friese Waddeneilanden en de stoptrein tussen Leeuwarden en Zwolle blijven de verantwoordelijkheid van het Rijk. Rijk en de provincie hebben geconcludeerd dat ze het op dit moment niet eens kunnen worden over beide decentralisaties. Bij de trein is het verschil te groot tussen de vergoeding die het Rijk biedt en het bedrag dat de provincie verwacht nodig te hebben. Bij de veerdiensten zou decentralisatie aanzienlijke risico’s met zich meebrengen en is de meerwaarde voor de reiziger beperkt.
  • De voorbereiding van de aanpak van drie bruggen over de hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl wordt weer in gang gezet. Het gaat om de bruggen Uitwellingerga, Skûlenboarch en Oude Schouw. Nadat in december 2021 werd besloten de aanpak uit te stellen, heeft het Rijk hiervoor nu bij de najaarsnota 2022 weer middelen gereserveerd.
  • De aanpak van de brug Kootstertille gaat een nieuwe fase in. Minister Mark Harbers heeft een startbeslissing hiervoor ondertekend en overhandigd aan gedeputeerde Fokkens-Kelder. In een MIRT-onderzoek dat nu volgt worden de opties voor vervanging door een nieuwe brug of een aquaduct onderzocht.
  • Voor de eerder afgesproken aanpak van de brug Spannenburg wordt op een later moment een voorkeursvariant gekozen. Daarbij gaat het vooral om de vraag of er opnieuw een brug komt of de door de provincie gewenste aquaduct.

Over wensen voor de verbetering van de spoorlijn Leeuwarden-Zwolle zijn geen toezeggingen gedaan. Noord-Nederland vroeg bijdrages voor de aanpak van de HRMK-spoorbrug bij Leeuwarden en de verbetering van het station Meppel. “Die zijn allebei essentieel om Noord-Nederland de komende jaren goed bereikbaar te houden”, aldus Fokkens-Kelder. “We vinden dat het Rijk hierin een verantwoordelijkheid heeft. Ook als provincie zijn we bereid bij te dragen aan de oplossing voor de HRMK-spoorbrug.”

Een ander openstaand punt is de aanpassing van het spooremplacement in Leeuwarden, die nodig is om de vierde trein tussen Leeuwarden en Sneek in de toekomst te laten blijven rijden. Rijk en regio spreken nog dit jaar verder over de dekking van een tekort van 2,5 miljoen euro. Fokkens-Kelder hoopt dat die nieuwe gesprekken tot een voor Fryslân positieve uitkomst zullen leiden. “Want het is van groot belang om ook in het huidige spoor te blijven investeren.”