Weidevogels

Weidevogels komen traditioneel bij uitstek voor in de lager gelegen open weidegebieden van Nederland. Het zwaartepunt van enkele van de meest aansprekende soorten in Europa, grutto en kievit, ligt in Nederland. Binnen Nederland is Fryslân een belangrijke provincie voor broedende weidevogels. Het in vergelijking met andere provincies grote aandeel grasland in het landelijk gebied is hiervoor de belangrijkste reden. De traditioneel grote rol die Fryslân speelt voor weidevogels draagt er mede toe bij dat weidevogels binnen het provinciale natuurbeleid worden beschouwd als een belangrijke soortgroep. Dit wordt ook ingegeven door het nakomen van nationale en internationale verplichtingen voor bescherming en behoud. Voor deze soorten ligt de nadruk op behoud en verbetering van de stand, waarbij naast de reguliere regelingen als de ANLB, de provincie enkele specifieke maatregelen in het leven heeft geroepen.

De staat van de weidevogels

Voor het weidevogelbeleid is de grutto sleutelsoort. De laatste decennia is de grutto voortdurend in aantal afgenomen. Midden jaren zeventig waren in Fryslân nog rond de 55.000 paren grutto’s en circa 40-45.000 broedparen kieviten. In 2011 werd geschat dat Fryslân circa 18% van de Nederlandse grutto- en 40% van de kievit-broedvogelpopulatie telde. De stand van de grutto respectievelijk kievit werd geschat op 10.000-14.000 en 24.000-33.000 broedparen. Nijland en Postma (2016) berekenden de aantallen broedende grutto’s in 2012 op 13.500 paren. Voor kievit, tureluur en scholekster was dit resp. 18.000, 8.500 en 14.000 paren. Op basis van de gegevens van de BFVW, gemeten over 130.000 ha, wordt het aantal broedparen grutto’s in 2016 gesteld op 7.447. In Fryslân ligt ongeveer 187.000 hectare grasland. Door extrapolatie komt de schatting voor 2016 dan op 10.700 paren grutto’s. In 2015 wordt de totale Nederlands populatie grutto’s geschat op 31.000-38.000 paren (Sovon, 2018).

De ontwikkeling van de weidevogels

De provinciebrede weidevogelmonitoring in het Weidevogelmeetnet Friesland laat een doorlopende achteruitgang in de afgelopen decennia zien (zie figuur hieronder). Vanaf ca. 2009 gaat deze afname wat minder snel. Dit wordt waarschijnlijk vooral veroorzaakt door de steeds grotere oppervlakten weiland waar geen weidevogels meer broeden; daar kunnen de aantallen niet nog lager worden.     

Grafiek ontwikkeling van het aantal broedparen van kievit, grutto, scholekster en tureluur in Fryslân van 1996 tot en met 2017

Ontwikkeling (index) van het aantal broedparen van kievit, grutto, scholekster en tureluur in Fryslân van 1996 tot en met 2017 (1996 = 100)

Er is een duidelijk onderscheid tussen de graslanden mèt en graslanden zonder weidevogelbeheer. In de graslanden onder agrarisch natuurbeheer met weidevogeldoelstelling en in de reservaten met weidevogeldoelstelling bij de natuurbeheerders (natuur met weidevogeldoelstelling) is de afname minder sterk geweest. De indexen zijn op dit moment 3-4 keer zo hoog dan op de 'gangbare' graslanden. Mogelijk zijn de aantallen daar sinds 2007 (natuur) en 2011 (agrarische natuur) gestabiliseerd. Dat is duidelijk te zien in onderstaande figuur, waarin de grutto nader wordt bekeken. Hierin wordt de problematiek van het op peil houden van de weidevogelstand zichtbaar. Van het totale Friese graslandareaal is het overgrote deel in gangbaar agrarisch land, en juist daar gaat de afname het snelst. Op de graslanden met in meer of mindere mate op weidevogels afgestemd beheer gaat de afname minder snel, en lijkt zelfs te stabiliseren. Maar de totale oppervlakte van deze categorie maakt minder dan 10% van de totale graslandoppervlakte uit van Fryslân, wat te laag is voor volledige compensatie  

Cirkeldiagram trends van de grutto, op gangbaar agrarisch grasland (geel), landbouwgraslanden met weidevogeldoelstelling en in natuurgebieden met weidevogeldoelstelling.

Trends van de grutto, op gangbaar agrarisch grasland (geel), landbouwgraslanden met weidevogeldoelstelling (blauw) en in natuurgebieden met weidevogeldoelstelling (lichtgroen). In elke staafdiagram zijn met stippellijnen de trends van de andere twee ‘beheercategorieën’ opgenomen.

De toekomst van weidevogels

Het weidevogelbeleid is gericht op stabilisatie van de aantallen broedende grutto’s op 10.000 paren in 2020. In 2016 werd dit aantal bereikt bij een indexwaarde van 54. Daarna is de afname doorgegaan, en in 2018 was de index opnieuw 7 indexpunten gedaald.

Dit impliceert vanaf nu inzetten op uitvoering van herstelbeheer om de beoogde doelen te halen. Voor dat herstelbeheer kunnen de ingezette inspanningen bij het agrarisch weidevogelbeheer en het natuurbeheer mogelijk nog worden geïntensiveerd. Die uitdaging ligt bij de agrarische collectieven en de natuurbeheerders. Kans van slagen ligt ook bij het inrichten van nieuw en optimaal areaal met weidevogeldoelstellingen met daaraan gekoppeld optimaal weidevogelbeheer met als expliciet doel groeiende gruttopopulaties (stabilisatie is niet genoeg). Dan kunnen de doelstellingen mogelijk in de toekomst nog worden gehaald. Dit zal voor het halen van de doelstellingen in 2020 echter geen soelaas meer bieden.

Bronnen

  • SOVON, Weidevogelmeetnet Friesland
  • Provincie Fryslân, Tussenevaluatie Nota weidevogels 2010 - 2020
  • Nijland & Postma (2016). Hoeveel weidevogels broeden er in Fryslân? Limosa 89: 12-22
  • SOVON (2018). Vogelatlas van Nederland.

Pagina opties