Economie in verandering

Missiegedreven policy

Met het nieuwe Europese en rijksbeleid wordt een transitie in gang gezet om met partners op verschillende schaalniveaus aan de hand van een missiegedreven aanpak samenhangende oplossingen te genereren voor maatschappelijke opgaves. Er wordt de komende tijd door het Rijk gestuurd op het verzilveren van opgaves ‘landbouw/water/voedsel’, ‘zorg en gezondheid’, ‘veilige samenleving’ en ‘energietransitie/duurzaamheid’ en het versterken van sleuteltechnologieën. De productiefactor kennis neemt ten opzichte van arbeid, natuur en kapitaal een steeds belangrijkere plaats in.

Maar ook de maatschappelijke impact wordt meer en meer in ogenschouw genomen. De factor om maatschappelijk nuttig te zijn en betekenis te ontlenen aan je werk wordt steeds belangrijker dan alleen geld te verdienen. Wij willen juist bijdragen aan initiatieven die de wereld beter maken (zgn. betekeniseconomie). De roep wordt groter om een reële prijs voor producten in rekening te brengen, waarin ook de effecten op natuur en milieu worden meegenomen (brede welvaartsindex).

Van subsidies naar verschillende financieringsvormen

Het verstrekken van een subsidie is geen vanzelfsprekendheid meer. Er zijn andere en creatieve (en alternatieve) financieringsvormen ontwikkeld, zoals leningen, crowdfunding en garantiestellingen. Er is ook steeds meer gebruik gemaakt van instrumenten om de mienskip en de markt uit te dagen oplossingen aan te dragen en uit te werken voor maatschappelijke vraagstukken, zoals right to challenge en verschillende varianten van innovatief inkopen.

Brexit

In 2018 is er nog onzekerheid over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU, met name over de uitkomst van de onderhandelingen hierover. Deze ontwikkeling kan nadelige gevolgen hebben voor Friese bedrijven.

Bestuur in verandering

Schaalvergroting en taakverschuiving

Gemeenten worden groter als gevolg van herindelingstrajecten. Tegelijkertijd krijgen gemeenten van het Rijk nieuwe taken en verantwoordelijkheden overgeheveld, zoals op het sociaal domein. Deze ontwikkeling zal ook zijn weerslag hebben op de toekomstige rol en het takenpakket van de provincie. Grotere gemeenten zijn zelf groot genoeg om specialistische kennis tot hun beschikking te hebben. Door de toenemende schaalgrootte zijn zij in staat meer vraagstukken aan te pakken. De schaalvergroting van gemeenten leidt tot een andere bestuurlijke verhouding met de provincie en als gevolg daarvan tot vragen naar de meerwaarde van onze rol(len) en bezinning op onze huidige taken; hoe en waar kan de provincie het verschil maken? In het verleden heeft het Rijk taken en verantwoordelijkheden gedecentraliseerd naar de provincies. Er is ook een nieuwe tendens te constateren: het opnieuw centraliseren van taken naar het Rijk (recentralisatie), zoals op het gebied van regionale economie. Verder biedt het Kabinet ruimte aan regio’s op verschillende schaalniveaus om maatschappelijke opgaven meervoudig (verdeeld over meerdere portefeuilles) en integraal aan te pakken (zgn. regiodeals). De vanzelfsprekendheid dat de provincie ‘de regio’ bestuurlijk vertegenwoordigt is er niet (meer), de provincie moet zich als medeoverheid in regionale (bovengemeentelijke) verbanden laveren. De verwevenheid tussen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties zal groter worden. Opgaven en maatschappelijke uitdagingen die complex van aard zijn, worden meer en meer in samenhang en consistentie aangepakt. In het Interbestuurlijk programma (IBP) zijn afspraken gemaakt tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen over de gezamenlijke aanpak van tien grote maatschappelijke opgaven op fysiek, sociaal en overkoepelend terrein binnen het Regeerakkoord. Het is voor de provincies belangrijk om voor de uitvoering van de samenhangende afspraken in beeld te zijn, te blijven en te raken, zoals bij de praktische uitwerking van de afspraken van het thema ‘versterking lokale democratie en bestuur’. 

Komst van Omgevingswet

Op 1 januari 2021 zal de nieuwe Omgevingswet in werking treden. De Omgevingswet betekent een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en komt in de plaats van 24 wetten op het terrein van de fysieke leefomgeving (waaronder de Wet ruimtelijke ordening, Waterwet, Wet Milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, enzovoorts). De nieuwe wet zal de basis vormen voor de provinciale taken en bevoegdheden in het fysieke domein, verreweg de grootste kerntaak van de provincie. Het gaat om een ingrijpende stelselwijziging. De wet moet bijdragen aan:

  • snellere en betere besluitvorming;
  • integratie van plannen, procedures en toetsingskaders (zekerheid en duidelijkheid);
  • meer ruimte voor bestuurlijke afwegingsruimte (maatwerk en flexibiliteit);
  • doelmatiger omgang met onderzoeksverplichtingen.

De Omgevingswet moet leiden tot een benadering, waarin opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving centraal staan. Gebruikers van de fysieke leefomgeving verwachten een  samenhangende benadering van initiatieven en opgaven en een vergaande reductie van de complexiteit van wetgeving. Dit past ook bij een andere bestuurlijke cultuur, waarin overheden meer samenwerken als één overheid en daarbij ook andere partijen betrekken. Bij de beoordeling van initiatieven wordt uitgegaan van een ‘ja mits’ benadering in plaats van een ‘nee tenzij’. Mogelijkheden staan centraal, niet de onmogelijkheden en belemmeringen. Een nieuw instrument in de Omgevingswet is de Omgevingsvisie, waarbij strategische plannen voor het fysieke domein zijn gebundeld. Voor de provincie gaat het om het Streekplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan, het Waterhuishoudingsplan en het Milieubeleidsplan. Ook gemeenten maken een Omgevingsvisie. In Fryslân hebben gemeenten en provincie gezamenlijk de voorbereiding van hun Omgevingsvisies opgepakt.

Pagina opties