Duurzaamheid zet door

Klimaatverandering gaat door

De opwarming van de aarde leidt tot meer weersextremen; meer stormen en hoosbuien en lange periodes van droogte en hitte, zoals onlangs is gebleken in de zomerperiode. De zeespiegel stijgt in groeiend tempo. KNMI-studies gingen nog uit van een zeespiegelstijging van maximaal een meter in 2100; een studie van Deltares uit 2018 laat zien dat de ontwikkeling ook veel sneller kan gaan. De afvoer van rivieren zal meer fluctueren; de piekafvoer zal toenemen.

Klimaatverandering kan ook leiden tot verzilting en tot een lagere waterkwaliteit. Mogelijk bedreigt klimaatverandering ook onze voedselvoorziening - mede als gevolg van toenemende behoefte aan drinkwater en voedsel in andere continenten - en zorgt zij voor een hoger waterpeil. Voor regio’s die voor een groot deel onder het gemiddeld zeeniveau liggen, zoals Fryslân, is het van wezenlijk belang om in te spelen op toekomstige scenario’s. Bovengenoemde ontwikkelingen leiden tot diverse onzekerheden en dit vraagt van overheden veel adaptiviteit en snelheid in beleid en maatregelen.

  • Extremer weer noodzaakt tot het verbeteren van de waterafvoer en de waterbeheersing.  Bescherming is nodig tegen extreme hitte, vooral in steden. Langdurige droogte noopt tot het vasthouden van water en waterconservering.
  • Een stijgende zeespiegel noodzaakt tot maatregelen, zoals de versterking van de Afsluitdijk, de Waddeneilanden en de Waddenkust. Dit biedt ook koppelkansen voor andere maatregelen.
  • Warme zomers kunnen het toerisme in Fryslân bevorderen.
  • Waterkwaliteit kan een issue worden.
  • Voor de landbouw ontstaan naast risico’s, zoals oogstverlies bij droogte en wateroverlast, nieuwe mogelijkheden door o.a. een langer groeiseizoen. 

Circulaire economie

Door de groei van de wereldbevolking en de welvaart blijft de vraag naar ruimte, brandstoffen, voedsel, mineralen, vruchtbare grond en water stijgen. De komende decennia (40 à 50 jaar) zal de vraag naar voedsel toenemen. Het beschikbare landbouwareaal, water en mineralen zal per hoofd van de bevolking juist halveren. Met de groeiende productie van digitale apparatuur, schaarste aan grondstoffen en aandacht voor het milieu wordt meer de nadruk gelegd op het sluiten van kringlopen met de inzet van hernieuwbare grond-, hulp- en reststoffen bij productie, de zgn. circulaire economie. Afvalstoffen bestaan niet meer. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit schetste onlangs een nieuw perspectief met de kringlooplandbouw. We passen meer ‘one planet thinking’ toe, het toepassen van één denkwijze vanuit de aardbol als een uniek systeem om zo weinig mogelijk schade aan te richten. Het uitgangspunt is om het klimaat, de ecosystemen en de grondstoffenvoorraden niet aan te tasten en uit te putten, én het liefst te laten herstellen, de landschapspijn weg te nemen en biodiversiteit te bevorderen. De 17 duurzame ontwikkelingsdoelen [1] van de Verenigde Naties worden meer en meer als uitgangspunt genomen voor beleidsontwikkeling.

Daarbij zullen de klimaatafspraken van Parijs ook de landbouw raken.

Duurzame energieopwekking

De omschakeling van fossiele energiebronnen naar schone, hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-, water- en windenergie is essentieel voor de afname van broeikasgassen en tegelijk het behoud van onze welvaart. De ontwikkeling hiervan heeft extra urgentie gekregen na het Klimaatakkoord van Parijs, het nationale Klimaat- en Energieakkoord en de regionale doorvertaling ervan. Het Kabinet heeft voorts aangekondigd de winning van aardgas op termijn stop te zetten. De doelstelling van het Rijk is om de broeikasuitstoot in 2030 met 49% te verminderen vergeleken met de situatie in 1990. Het gevolg is dat energieproductie steeds zichtbaarder wordt in ons landschap. De vraag naar intelligente energiesystemen, de zgn. smart grids, zal fors stijgen, waarbij vraag (gebruik) en aanbod (opslag) van diverse energiebronnen meer op elkaar worden afgestemd. Dit betekent ook dat de infrastructuur voor distributie en opslag van energie fors zal moeten worden aangepast. De aanpassingen van woningen en veranderingen in de energiedistributie (meer elektriciteit en warmte, minder gas) zullen een groter beroep doen op de schaarse materialen en menskracht.

Duurzame mobiliteit

Onderdeel van de energietransitie is de omschakeling naar duurzame energiedragers als vervanging van fossiele brandstoffen. Dit geldt zowel voor het openbaar vervoer als voor particuliere voertuigen. Elektrisch vervoer zal hierbij een belangrijkere rol krijgen. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de kosten. In het geval van het openbaar vervoer komen deze kosten mede voor rekening van de provincie.

Het stroomnet kan de overschakeling naar elektrisch vervoer niet zondermeer aan. Het net wordt zwaarder belast, en dit komt bij de extra belasting door duurzame energieopwekking.  Aanpassingen van het elektriciteitsnet komen dus aan de orde.

 

[1] De 17 ‘sustainable development goals (SDG) zijn: (1) geen armoede, (2) geen honger, (3) goede gezondheid en welzijn, (4) kwaliteitsonderwijs, (5) gendergelijkheid, (6) schoon water en sanitair, (7) betaalbare en duurzame energie, (8) eerlijk werk en economische groei, (9) industrie, innovatie en infrastructuur, (10) ongelijkheid

Pagina opties