Tijdelijke middelen

Naast structurele uitgaven geeft de provincie ook aanzienlijke bedragen uit via tijdelijke budgetten (voor een uitgebreidere toelichting zie 6.3). Aan tijdelijke budgetten voor de periode 2018 - 2022 is € 527 mln. beschikbaar gesteld. Op 1 september 2018 was hiervan € 243 mln. nog niet verplicht. Van meerjarige programma’s en projecten is het vaak lastig om in het eerste jaar aan te geven waar het geld over een paar jaar precies aan besteed wordt. Daardoor worden tijdelijke budgetten vaak doorgeschoven. Doorschuiven kan een interne of externe oorzaak hebben waarop de provinciale organisatie al dan niet invloed heeft. Voorbeelden hiervan zijn: benodigde regeling niet op tijd klaar, te optimistische planning, aanvragen komen later binnen, projecten lopen in de uitvoering vertraging op, externe financiering komt niet of later op gang etc.

Zolang middelen niet verplicht zijn bestaat er ruimte om ze aan iets anders uit te geven. Om een budget opnieuw te kunnen prioriteren moeten er geen financiële of juridische verplichtingen op het budget liggen. Ook zal wel rekening gehouden moeten worden gehouden met gewekte verwachtingen, bestuurlijk of anderszins. Daarnaast moet in de concrete planning van de uitvoering van een programma of project nog geen rekening gehouden worden met dit budget. Ten slotte is natuurlijke een belangrijke kanttekening dat deze middelen beschikbaar zijn gesteld om door Provinciale Staten vastgestelde doelen en resultaten mee te behalen. Tijdelijke budgetten vormen daarmee in principe een ‘knop’, maar eraan draaien om het geld elders te besteden zal in principe gevolgen hebben voor die doelen en resultaten waarvoor het geld oorspronkelijk bedoeld was.

Het inzicht in de verplichte en (nog) niet verplichte tijdelijke budgetten is opgenomen in het onderdeel 'Wat we nu doen'.

Pagina opties