Bodemdaling

Bodemdaling is in Fryslân het gevolg van economische activiteiten en het leidt onder meer tot waardeverliezen van onroerend goed zoals droogvallende funderingen, scheuren in muren, verminderde natuur- en milieukwaliteit en ontwateringsproblemen. Dit maakt het belangrijk om inzicht te hebben in aard en omvang van de bodemdalingsprocessen in Fryslân en vooral de effecten daarvan. Bijvoorbeeld verslechterende afwatering, verdroging en verzuring van natuurgebieden of niet goed functionerende kunstwerken. In de komende decennia zal de Friese bodem op verschillende plaatsen dalen of blijven dalen als gevolg van gaswinning, zoutwinning en/of veenoxidatie. Veenoxidatie wordt versterkt als gevolg van verlaging van de polderpeilen in de Friese veengebieden (veenklink). De gevolgen van deze processen komen hieronder aan bod.

De staat van de bodemdaling

Bodemdaling door veenklink speelt in de 85.000 ha van het Lage Midden van Fryslân. Hiervan is 62% landbouwgrond, 17% water en 17% moeras/veenweidenatuur. De bestaande veengrond verteert als gevolg van grondwaterstandsdaling en daardoor blootstelling aan de lucht: de veengrond daalt met het water. De daling van het maaiveld gaat met een snelheid van 0,5 - 1,5 cm per jaar, afhankelijk van de gerealiseerde waterpeilen. Naast de bodemdaling leidt dit ook tot verhoogde uitstoot van CO2 en heeft dit een negatief effect op de waterkwaliteit. De uitstoot van CO2 door veenklink is op dit moment 1.500.000 ton per jaar en speelt al vele decennia in de Friese veengebieden

De problematiek van de veenweides speelt in alle Nederlandse veengebieden. In de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht worden de waterpeilen in de veenweides met opzet hoog gehouden (vlak onder het maaiveld), waardoor de verteringssnelheid minder dan de helft van de Friese is. Ook in de Noord-Duitse veengebieden worden de waterpeilen vanwege de veenklink veelal hoger gehouden dan in Fryslân.

De gaswinning in Fryslân wordt uitgevoerd door Tulip Oil, de NAM en Vermilion. Zoutwinning vindt nog tot 2021 plaats in het noordwesten van Fryslân in het gebied tussen Franeker, Harlingen, Ried en Tzummarum. Ook gaat Frisia Zout b.v. zout winnen onder de Waddenzee.

Voor gas- en zoutwinning worden op beperkte schaal vergunningen afgegeven. Bodemdaling wordt in de vergunning tot een bepaald niveau toegestaan. Wanneer de bodemdaling te hard gaat, wordt de mate van winning verminderd. Door dit ‘hand-aan-de-kraan principe’ wordt de mate van bodemdaling geacht stuurbaar te zijn: bij de gaswinning op Ameland blijkt het ‘hand-aan-de-kraan principe’ niet te werken.

De ontwikkeling van de bodemdaling

In de afgelopen jaren is met het proces ‘Veenweidevisie’ in Fryslân gestart. Met dit proces is ingezet op behoud of minder snelle afname van de inklinking van het veen. Steeds meer worden lokaal aanpassingen (verhoging) van de waterpeilen uitgevoerd. Dit is dan o.a. bedoeld voor het behoud van de weidevogels.

Prognose van de mate van inklinking van de Friese veenpakketten in 2100 bij ongewijzigd beleid.

In bijgaande kaart is de verwachte mate van bodemdaling aangegeven op het vasteland van Fryslân als gevolg van gas- en zoutwinning. Daarnaast wordt gas gewonnen in de Noordzee boven Ameland en is gas gewonnen op de Zuidwal bij Griend in de Waddenzee.

Prognose bodemdaling (eindstadia) op het Friese vasteland als gevolg van delfstofwinning.

De toekomst van de bodemdaling

Bij ongewijzigd beleid zijn de Friese veenpakketten in 2100 voor ongeveer 80% van de oorspronkelijke oppervlakte verdwenen. Daarbij zal de jaarlijkse uitstoot van CO2 door veenklink in 2050 naar verwachting zijn afgenomen naar 1,28 miljoen ton per jaar, omdat het veen opraakt. Dit proces zal er toe leiden dat het maaiveld op vele plekken met meer dan een meter is gedaald in 2050. Uiteindelijk zal het veen tot op het niveau van het grondwater of van de minerale ondergrond zijn opgebrand, waarna de bodemdaling (en daarmee de uitstoot van CO2) ter plekke stopt: alle in het veen gebonden koolstof is dan in de atmosfeer gebracht en heeft zo bijgedragen aan het verergeren van het broeikaseffect.

Bij de zout- en gaswinning is de mate van daling afhankelijk van de vergunningverlening. In de dynamische milieus van Waddenzee en Noordzeekustzone lijkt de daling veelal te kunnen worden opgevangen door invang van zand en slib. Dat is niet het geval buiten het getijdegebied op de eilanden en de vaste wal. Die dalingen zijn permanent en zullen in meer of mindere mate gevolgen hebben voor de waterhuishouding, infrastructuur, natuur, landbouw en particuliere eigendommen in de dalingskommen. De grootste bodemdaling als gevolg van delfstoffenwinning, ongeveer 42 cm, vindt plaats rondom Loppersum in Groningen. De verwachte bodemdaling bij de gaswinning boven Ameland zal uiteindelijk op het diepste punt naar verwachting 40-45 cm gaan bedragen, bij de zoutwinning in NW-Fryslân 35 cm, bij de gaswinning Bergumermeer 25 cm en bij Moddergat 18 cm.

Bronnen

  • Haskoning, Factsheets veenweidevisie Fryslân 2013
  • Alterra Wageningen UR, Transparantie effecten Zoutwinning Fryslân
  • Feangreidefisy Provincie Fryslân 2015

Pagina opties