Samen aan de slag met peilmaatregelen in gebieden met dik veen (30-03-2021)

In het aangepaste Veenweideprogramma staat dat overheden, belangenorganisaties en inwoners samen aan de slag gaan met maatregelen voor peilbeheer in de gebieden met een veenpakket dikker dan 80 cm. Het Veenweideprogramma in Fryslân is het eerste veenweideprogramma in Nederland dat deze stap zet. Voor de zogenoemde moerige gronden, gronden met een dun veenpakket of dik kleidek wordt geen peilmaatregel ingevoerd. In 2022 bekijken we of dit zo blijft of dat het alsnog nodig is om ook voor die grondsoorten maatregelen te nemen.

Tegen die tijd is meer kennis beschikbaar over het effect van de maatregelen in deze gebieden. Ook is dan meer duidelijk over welke bijdrage Fryslân moet leveren aan de landelijke opgave om CO2-uitstoot in het landelijk gebied terug te brengen en kunnen we beter inschatten of de review op de grondwaterstudie gevolgen heeft voor het veenweideprogramma.

Deze en nog een aantal andere aanpassingen zijn gedaan naar aanleiding van de inspraakreacties en verschillende ontwikkelingen op landelijk en Europees gebied. Andere wijzigingen zijn dat bodem en bodemmaatregelen een belangrijker plek krijgen in het programma, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar klei in veen of het keren van profielen. Bodemmaatregelen kunnen - naast peilmaatregelen - een bijdrage leveren aan de doelen. Daarnaast komt er voor elk gebiedsproces een analyse van het ecosysteem en landschap. Dat zorgt voor een betere koppeling met natuur en landschap. Ook funderingsproblematiek krijgt een duidelijker plek in het Veenweideprogramma. Er wordt een Funderingstafel ingesteld en op korte termijn wordt onderzocht wat de overheden kunnen betekenen voor de funderingsschadegevallen waar nu een urgent probleem is.

We lopen voorop in Nederland

“De aanpak in het veenweidegebied is complex. Er zijn veel belangen, zoals bijvoorbeeld die van boeren, van natuur of van mensen die problemen hebben met de fundering van hun woningen door het dalende waterpeil”, vertelt Jan van Weperen, lid van het Dagelijks Bestuur van Wetterskip Fryslân. “Soms zijn die belangen tegenstrijdig. En dat maakt het niet altijd makkelijk. Juist door de samenwerking met elkaar als Wetterskip en Provincie, maar ook met de belangenvertegenwoordigers vanuit landbouw, natuur, recreatie, gemeenten en uit het gebied, kunnen we deze belangrijke stap zetten.”

En gedeputeerde Douwe Hoogland vult aan: “Sa wurkje wy fan ûnderop fierder oan in feangreidegebiet dat alle ynwenners in goede takomst jout. Us ambysjes binne net feroare, mar we dogge it stap foar stap. We rinne yn Fryslân foarop yn Nederlân mei dizze oanpak. We begripe de soargen dy’t der binne, lykas bygelyks de soarch oer in goed bedriuwsperspektyf foar de lânbou. Of de soarch foar de keppeling mei natoer en lânskip. Dêr bliuwe we mei inoar oan wurkjen. We geane allinnich oan de slach as der foldwaande middels binne. Dat hâldt yn dat sa lang as der gjin middels binne om de maatregels troch te fieren yn in spesifyk gebiet, der gjin yngripende maatregels trochfierd wurde yn dat gebiet. Ek sette we fol yn op it mienskiplik mei partijen yn de lânbouketen ûntwikkeljen fan oare fertsjinmodellen.”

Roel de Jong zit namens de gemeenten in het Bestjoerlik Oerlis Feangreide (BOF). “Nei de simmer behannelje ek de gemeenten it feangreideprogramma. Krekt yn dy gebietsprosessen, dêr’t in soad partijen gearwurkje mei en foar ús ynwenners, steane wy ek as gemeenten oan de latte.”

Geart Benedictus, namens zeven landbouwpartijen vertegenwoordiger in het BOF: “Dit is foar ús in prinsipe-akkoart dêr’t de sân lanboupartijen harren op haadlinen yn fine kinne. Foar ús sitte der noch losse einen yn it programma. We binne tigge ynnommen mei it taheakjen fan de programmalijn boaieme en boaiemgebrûk. Mar der is noch gjin wurkjend fertsjinmodel, der binne noch gjin ôfspraken oer in neidielkompensaasjeregeling, dêr sit ús soarch. Dochs doare we as lânbou dizze earste stap – yn it tsjuster – te setten. De útfiering sil stap foar stap moatte en moat earst súksesfol wêze yn Aldeboarn De Deelen.”

Hans van der Werf, namens de Friese natuur- en milieuorganisaties lid van het BOF: “Foar ús binne de keppelkânsen mei bygelyks doelen op it mêd fan stikstof, greidefûgels en Natura2000 essinsjeel. We hiene graach mear ambysje sjoen yn it feangreideprogramma as it giet om natoer. Stap foar stap komme we by it eindoel.”

Eric Neef, lid van het BOF namens Recreatie en Toerisme: “De vrijetijdssector vormt in het veenweidegebied een belangrijke economische pijler. Bewoners en bezoekers beleven daarbij de aantrekkelijkheid van het weidse landschap. De toekomst ervan gaat ons allemaal aan en daarom steunen ook wij de stappen in de aanpak van dit programma”.

Doelen en proces

De doelen van het Veenweideprogramma zijn het verminderen van de negatieve effecten van bodemdaling, het terugbrengen van de uitstoot van broeikasgassen (CO2), een duurzame toekomst voor de boeren in het gebied en ervoor zorgen dat het gebied klaar is voor de toekomst als het gaat om het beheer van het water en de gevolgen van klimaatverandering.

Het ontwerp-Veenweideprogramma 2021-2030 is aangepast naar aanleiding van de inspraakreacties. Ruim 240 belanghebbenden stuurden een zienswijze in op het in november vorig jaar gepresenteerde ontwerpprogramma. Zorg over de financiële perspectieven voor boerenbedrijven, meer aandacht voor bodemmaatregelen, focus op gebieden met een dik veenpakket en meer aandacht voor funderingsproblematiek en meer ambitie om doelen te halen, waren daarbij belangrijke thema’s.

Gedeputeerde Staten van de Provincie Fryslân en het Dagelijks Bestuur van Wetterskip Fryslân stelden het aangepaste Veenweideprogramma 2021-2030 vast. Zij sturen het nu naar Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Wetterskip. Die behandelen het in mei 2021. De verwachting is dat de gemeenten het Veenweideprogramma 2021-2030 na de zomer behandelen in de gemeenteraden.

Pagina opties