Wet natuurbescherming - Soortenbescherming

Variatie in soorten is belangrijk voor een levende en productieve natuur. Sommige in het wild levende soorten in Nederland, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen zijn kwetsbaar en hebben een goede bescherming nodig.

Volgens de Wet natuurbescherming dient u voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Voor kwetsbare soorten is een extra bescherming opgenomen in de Wet natuurbescherming. U mag dan bijvoorbeeld geen nestlocaties van vogels beschadigen en vernielen. In sommige situaties, al dan niet onder bepaalde voorwaarden, geldt een uitzondering en kunt u een ontheffing krijgen of kan sprake zijn van een vrijstelling. Ook is het mogelijk dat deze toestemming aanhaakt bij een omgevingsvergunning.

Indien u mogelijk negatieve effecten op soorten verwacht neem dan tijdig contact op met de provincie Fryslân via telefoonnummer (058) 292 89 95 of wnb@fryslan.frl.

Welke soorten zijn beschermd?

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor in Nederland in het wild levende dieren en planten:

  1. Artikel 3.1 - Soorten uit de Vogelrichtlijn
  2. Artikel 3.5 - Soorten uit de Habitatrichtlijn
  3. Artikel 3.10 – Andere soorten (alleen nationaal beschermd)

Ontheffing nodig?

Het is belangrijk dat u weet of een activiteit een overtreding van de wet tot gevolg heeft en welk effect dit heeft op beschermde soorten. Om na te gaan of u voor uw activiteit mogelijk een ontheffing nodig heeft, zijn de volgende stappen van belang.

Stap 1. Zijn er beschermde soorten aanwezig?

Een ecologisch deskundige kan het beste vaststellen of er beschermde planten of dieren aanwezig zijn op de locatie waar u aan uw activiteit wil uitvoeren. Zijn er geen beschermde soorten? Dan hoeft u geen ontheffing aan te vragen. Tip: Bewaar het rapport van de deskundige, zodat u bij vragen dit bij de hand hebt.

Stap 2. Veroorzaakt uw activiteit negatieve effecten?

Uit het onderzoek van een ecologisch deskundige blijkt of er beschermde soorten aanwezig zijn. Deze deskundige kan ook aangeven of uw activiteit negatieve effecten heeft op deze soorten. Uw activiteit mag geen schadelijke effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten.           

  Voorbeelden

  • U wilt bomen kappen, maar u ziet dat er vogels aan het broeden zijn in of rond de bomen. U mag dan niet zomaar kappen. Als u wacht tot na het broedseizoen dan is de kans op schadelijke effecten kleiner. Onderzoek ook of er andere planten of dieren in de bomen leven.

  • Wilt u bebouwing met een spouwmuur slopen? Dan bestaat de kans dat er vleermuizen in de spouwen leven. Om zeker te weten of u mag slopen, moet u dit (laten) onderzoeken. Onderzoek ook of er andere dieren of plantensoorten aanwezig zijn.

Indien geen verbodsbepalingen worden overtreden en er geen negatieve effecten zijn door uw activiteit heeft u geen ontheffing nodig.

Stap 3: Maak zo mogelijk gebruik van een vrijstelling of gedragscode.

Voor een aantal activiteiten gelden vrijstellingen voor bepaalde soorten. Zo kunnen voor beheer en onderhoud en ruimtelijke ingrepen door het Ministerie van LNV goedgekeurde gedragscodes van toepassing zijn. Ook in de provinciale verordening zijn een aantal vrijstellingen geregeld. Als u voor uw activiteit gebruik kan maken van een goedgekeurde gedragscode of de provinciale verordening is een ontheffing niet nodig.

Stap 4. Probeer schade te voorkomen.

Hebben de werkzaamheden negatieve effecten op beschermde dieren of planten? Dan kunt u kijken of u uw activiteit zodanig kan uitvoeren dat effecten worden verminderd. U kunt hiervoor een ecologisch deskundige inschakelen om hier samen met u naar te kijken. Meestal kunt u negatieve effecten voorkomen door preventieve maatregelen te nemen (mitigerende maatregelen). Denk hierbij bijvoorbeeld aan het ontzien van de soorten en hun voortplantingsplaatsen of vaste rust- of verblijfplaatsen of het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen tijdens de werkzaamheden. Voor een aantal soorten is een kennisdocument ontwikkeld waarin maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten zijn opgenomen.

Ontheffing aanvragen

U kunt de ontheffing rechtstreeks bij de provincie aanvragen via het indienen van het aanvraagformulier. Als u nog een andere vergunning (bijvoorbeeld bouw- of aanlegvergunning) van een andere overheid (Rijk, provincie of gemeente) nodig heeft, kunt u ook ontheffing vragen via een zogenaamde omgevingsvergunning. In de omgevingsvergunning wordt de ontheffing verleend via een zogenaamde Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb). U heeft dan te maken met één procedure en ontvangt één vergunning voor meerdere aspecten. Een omgevingsvergunning vraagt u aan bij uw gemeente.

Afhandeling aanvraag

De procedure voor de afhandeling van uw aanvraag verloopt via de volgende stappen:

  • Indien u uw aanvraag middels een vooroverleg met ons door wilt spreken, dan neemt u contact op met de Frontoffice Wet natuurbescherming. Op deze manier bent u goed op de hoogte van de gegevens die wij van u verlangen. Dit kan een procedure aanzienlijk bespoedigen.
  • U kunt het ingevulde aanvraagformulier per e-mail opsturen naar onderstaand e-mailadres. Ook kunt u de aanvraag per post versturen.
  • Na binnenkomst van uw aanvraag sturen wij u een ontvangstbevestiging met een zaaknummer waaronder uw aanvraag is geregistreerd.
  • U krijgt digitaal of schriftelijk bericht van ons als uw aanvraag niet compleet is. Wij stellen u in de gelegenheid om uw aanvraag volledig te maken.
  • Wij beoordelen uw aanvraag inhoudelijk en toetsen deze aan de wettelijke eisen.
  • Wij verlenen het definitieve besluit. Op elk besluit kan bezwaar worden gemaakt. Deze zes-weekse termijn heeft geen opschortende werking. Dit houdt in dat u aan de slag kunt zodra de ontheffingstermijn in het besluit van start gaat.

Contact

Indien u, na het doorlopen van de aangegeven stappen en de toelichting nog met vragen of onduidelijkheden zit, neem dan contact met ons op. Wilt u een aanvraag in een vooroverleg met ons doorspreken, dan biedt de provincie die mogelijkheid. Op die manier bent u goed op de hoogte van de gegevens die wij van u verlangen, wat een procedure aanzienlijk kan bespoedigen. Contact opnemen kan via de e-mail: wnb@fryslan.frl of telefonisch: (058) 292 89 95.

Termijn

De reguliere termijn voor het afhandelen van uw aanvraag om een ontheffing bedraagt 13 weken. Deze termijn kan door ons worden verlengd met 7 weken. Indien u niet alle benodigde informatie bij uw aanvraag meestuurt kan de afhandeling langer duren.

Leges

U betaalt de provincie leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing. Dit bedrag betaalt u aan de provincie voor het gebruik van onze diensten of producten. De actuele legesbedragen zijn te vinden in de Legesverordening provincie Fryslân.

  • Schadebestrijding 2017-2019

    Sommige soorten richten schade aan aan landbouwgewassen en/of flora en fauna. Om deze schade te voorkomen kan schadebestrijding nodig zijn. Hieronder kunt u meer informatie vinden over de ontheffingen onder de Wet natuurbescherming op basis waarvan schadebestrijding plaats kan vinden:

Pagina opties

Bekijkt u deze website het liefst in het Nederlands of het Frysk? Selecteer uw voorkeur.

De huidige voorkeurstaal is:

NederlandsFrysk

Om uw voorkeur later te wijzigen, klikt u op de vlag rechts bovenaan de website.