Innovaties en proefprojecten

Er wordt gezocht naar partijen met innovatieve oplossingen, die bijdragen aan een toekomstbestendig gebied. Met elkaar ontwikkelen we nieuwe technieken. Experimenteren we met natte teelten en zoeken naar verdienmodellen die een rendabele exploitatie van nat(ter) veen mogelijk moeten maken. We proberen nieuwe grassoorten op een natte bodem en zoeken naar mogelijkheden om emissiereductie van CO2 te verzilveren. Verder is er aandacht voor duurzaam bodembeheer en worden andere manieren van grondbewerking in de maïsteelt getest. Proeven met onderwaterdrainage en nieuwe natte teelten als lisdodde en veenmos zijn inmiddels gestart.

Film: Landbouw op natter veen

Subsidie voor innovatieve oplossingen veenweidegebied

De provincie stelt ruim 1 miljoen euro beschikbaar voor vijf projecten om maatregelen te onderzoeken voor het vertragen van de afbraak van veen en het rendabel exploiteren van natter veen. Zo gaan studiegroepen van boeren in de praktijk onderzoeken met welke

bodemmaatregelen ze beter met natter veen om kunnen gaan. In Noordoost-Fryslân worden de mogelijkheden om met nieuwe teelten een inkomen uit nat veen te halen verder uitgewerkt. Daarnaast wordt het onderzoek naar de uitstoot van broeikasgassen bij het gebruik van onderwater- en drukdrainage uitgebreid. Deze projecten zijn onderdeel van het innovatieprogramma van de veenweidevisie.

Proeven verbouwen mais

Zonder ploegen mais verbouwen op veen is mogelijk. Dit blijkt uit proeven die vanuit de Feangreidefisy zijn uitgevoerd. Provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân willen samen met landbouw- en natuurorganisaties niet kerende grondbewerking stimuleren. Bij niet kerende grondbewerking wordt de bodem minder verstoord. Daardoor komt er minder zuurstof bij de onderliggende veenlaag. Gevolg is dat de afbraak van het veen, en daarmee de bodemdaling, minder snel gaat. Ook is er minder uitstoot van broeikasgassen.

In 2017 zijn proeven gedaan bij loonbedrijf en melkveehouderij Brak in Aldeboarn. In de proeven worden alternatieve manieren van grondbewerking vergeleken met het gangbare systeem van ploegen. Ook is er een literatuurstudie uitgevoerd. De resultaten van de studie en de jaarrapportage van de proeven zijn hieronder te downloaden.

Rapportage onderzoek potentiële CO2-emissiereductie waterhuishoudkundige en bodemkundige maatregelen Fries veenweidegebied

Wageningen University & Research (de WUR) heeft berekend hoe de uitstoot van CO2 afneemt door uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de veenweidevisie (bekijk hier de rapportage). Dat betreft vooral verhoging van slootpeilen en aanleg van onderwaterdrainage en put gestuurde drainage. De relaties waarop de WUR zich baseerde, worden momenteel door andere wetenschappers ter discussie gesteld. De kritiek is onder andere gebaseerd op metingen die gedurende een relatief korte periode (2017-2018) in het Friese veenweidegebied zijn uitgevoerd. Deze metingen tonen aan dat bij onderwater- en put gestuurde drainage het grondwater minder diep uitzakt dan bij dezelfde drooglegging zonder drainage. De veronderstelling dat hiermee de CO2-emissie afneemt, wordt door de eerste metingen nog niet bevestigd.

De ontstane discussie toont aan dat het belangrijk is dat het onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen voor veenweidegebieden wordt voortgezet. Daarbij kijken we naar het totale effect van de te nemen maatregelen. In afwachting van onderzoeken die meer zekerheid geven, houden provincie en waterschap voor het onderbouwen van de plannen voor het Friese veenweidegebied vooralsnog de relaties en berekeningen aan die de WUR in dit rapport presenteert.

Effect van kunstmestgift op afbraak van organische stof in veenweidebodems

Het Louis Bolk Instituut heeft onderzocht wat de invloed is van kunstmest op de afbraak van organische stof in veenweidebodems (bekijk hier de rapportage). Er is geen indicatie dat kunstmest de veenafbraak versnelt, concluderen de onderzoekers. Deze conclusie baseren zij op bestaande onderzoeken en metingen aan veenbodems in Fryslân en West Nederland. Die gegevens hebben vooral betrekking op de bovenste 10-20 cm. Aanvullend op de rapportage laat het Instituut weten dat er ook geen aanwijzingen zijn dat stikstof de veenafbraak in diepere lagen versnelt. Zij verwijst hierbij naar onderzoek van de Universiteit van Utrecht (Brouns, K. The effects of climate change on decomposition in Dutch peatlands; an exploration of peat origin and land use effects (doctoral dissertation) , Utrecht University, 2016). Meer inzicht in deze materie vraagt om wetenschappelijk onderzoek, passend bij de totaalaanpak voor de veenweide. Wij zetten ons er voor in dat dit meegenomen wordt in het landelijke kennis- en innovatieprogramma voor bodemdaling.

Pagina opties